HET NUT VAN PROEFGERICHTE CLINICS

In je training thuis is het vaak lastig om je goed voor te bereiden op de wedstrijden. Thuis kennen jij en je paard immers de omgeving goed. Er gebeuren niet zo vaak onverwachte dingen. Je hebt jouw eigen omgeving redelijk ‘onder controle’. Als je paard thuis ergens van schrikt, dan zou je datgene waar hij van schrikt even uit het zicht kunnen halen.

Maar……in een vreemde omgeving gaat dat niet. Er is geen ‘controle’ over de omgeving. Dit is wat veel ruiters beangstigt.
In een vreemde omgeving, zoals op wedstrijden, zullen paard en ruiter altijd anders reageren, dan in hun vertrouwde omgeving.

Tegenwoordig worden er zeer getalenteerde, maar ook (zeer) sensibele paarden gefokt. Dit zijn de paarden die wij graag mee op wedstrijden nemen. Ze hebben veel kwaliteit en kunnen met gemak alle oefeningen lopen……thuis!
Maar op wedstrijd is het vaak een heel ander verhaal met deze sensibele paarden. Ze moeten wennen aan alle indrukken en prikkels die zij op vreemd terrein tegenkomen. Het juryhok, de bloemen langs de ring, de witte hekjes, de andere paarden, toeschouwers, mee in de trailer enz.
De spanning wordt de sensibele paarden dan vaak teveel. En dan hebben we het nog niet eens over de ruiter die naast zijn eigen wedstrijdspanning ook nog zijn paard in het gareel moet zien te houden.

Je hebt 3 manieren waarop een paard, maar ook een mens reageert op spanning. Vechten, vluchten of bevriezen.
Dit is bij een paard niet anders. Hij wil vluchten van de situatie door te gaan schrikken en/of rennen.
Gelukkig vechten onze paarden niet zo snel, maar je kunt wel het in verzet komen tegen de hulpen van de ruiter in een gespannen situatie onder de noemer vechten kwijt.

Het paard kan ook bevriezen. Hij sluit zich dan af voor de hulpen van de ruiter. De ruiter komt op dat moment niet meer door en het paard reageert niet of nauwelijks nog op de inwerking van de ruiter. Dit komt ook voort uit het feit dat het paard teveel indrukken te verwerken krijgt op de wedstrijd. Veel van onze moderne dressuurpaarden hebben hier last van.

Het is erg prettig, voordat je officieel op wedstrijd gaat, of verder doorstroomt naar een hogere klasse, dat je met je paard kunt oefenen. Hiervoor zijn de Proefgerichte Clinics in het leven geroepen! Jou met je paard begeleiden en voorbereiden op de wedstrijd!

Op de Proefgerichte Clinic kun je onder begeleiding van een ervaren (subtop) jurylid samen met je paard de wedstrijd oefenen. Het is dan niet erg om een keer een volte tussendoor te rijden als jij je paard op dat moment even kwijt bent. Je kunt ook een oefening even opnieuw inzetten, omdat jij en je paard elkaar bij de eerste keer even niet goed begrepen. Zo werk je aan een verfijnde afstemming met je paard in de proef.

Het meedoen aan een Proefgerichte Clinic heeft ook een grote mentale waarde. Een ruiter leert zijn paard beter kennen en krijgt direct aanwijzigen van de jury. De ruiters hebben contact met de jury waardoor de afstand tussen ruiters en juryleden kleiner wordt.
De drempel om uiteindelijk (weer) op wedstrijd te gaan wordt door het deelnemen aan een proefgerichte clinic veel kleiner.

Kortom de jury is er voor jou en je paard op dat moment. Je hebt direct contact en je kunt als ruiter alle vragen stellen die je graag wilt weten. Wat wil een jury zien in een proef? Waar moet ik op letten in mijn proef? Hoe moet mijn paard lopen in de proef? Hoe hoog moet ik zijn hals houden in de proef?
Allemaal interessante dingen om achter te komen door het rijden van een proefgerichte clinic.

Op deze website vind je alle informatie, data, inschrijving & gegevens die je nodig hebt om deel te kunnen nemen aan de Proefgerichte Clinics.

Kijk rustig rond op de site en zoek de Proefgerichte Clinic bij jou in de buurt. Vele ruiters gingen je al voor en hebben zichzelf en hun paard voorbereid op de wedstrijden door deel te nemen aan de Proefgerichte Clinics.

Ik hoop je te ontmoeten op een van de Proefgerichte Clinics!

Marlon van Wissen

Subtop jury Lichte Tour (momenteel in opleiding voor GP-jurylid)
Trainer/coach wedstrijdruiters
Cursusleider KNHS-instructeuropleidingen
Oprichter Proefgerichte Clinics
www.marlonvanwissen.com

De KNHS is en van de grootste sportbonden van Nederland. Elk weekend worden er door het hele land een groot aantal wedstrijden georganiseerd. Vele dressuurcombinaties betreden elk weekend de wedstrijdring.
Het rijden van wedstrijden vergt een gedegen voorbereiding. Niet alleen bij het aanschaffen van je wedstrijdtenue, wedstrijdplanning, inschrijven voor de wedstrijden, maar ook in je training. Kom naar een Proefgerichte Clinic om te oefenen!

LES JIJ OOK BIJ MEERDERE INSTRUCTEURS? 5 TIPS VOOR RUITERS EN INSTRUCTEURS OM HIERMEE OM TE GAAN

Sommige ruiters hebben één trainer, terwijl er ook ruiters zijn met wel twee of zelfs meerdere instructeurs. Er is ook nog een groep ruiters die er stilzwijgend tussenin hangt. Soms durven zij niet goed te zeggen dat ze ook bij een andere instructeur lessen. Ze lessen dan (stiekem) bij een nieuwe instructeur, terwijl hun huidige instructeur dat niet mag weten.

Zoiets leidt tot situaties waarin er geen openheid van zaken is en dat is helemaal niet nodig. Maar ook met ruiters die wel open zijn over dat ze bij meerdere instructeurs lessen, maak je soms aparte situaties mee. Les je dus bij meerdere instructeurs, of overweeg je dat te doen, lees dan de volgende 5 tips om hiermee om te gaan.

#1 Precies weten wat je zoekt in een instructeur

Niemand is perfect en elke instructeur heeft zijn eigen visie en specialiteiten. Sommige instructeurs hebben een grote focus op de basisafrichting, terwijl andere instructeurs weer een goede begeleiding kunnen geven richting een wedstrijd. Maar denk ook aan instructeurs die heel goed kunnen coachen en heel goed kunnen uitleggen waarom iets gebeurt, of instructeurs die een hele grote focus hebben op de inwerking van de ruiter en de houding en zit.

Hoe dan ook, het is heel legitiem om bij meerdere instructeurs te (willen) lessen om zodoende te kunnen leren van de verschillende invalshoeken. Vooral als je al wat verder bent in de africhting van je paard en op een hoger niveau traint. Wel is het belangrijk dat je voor jezelf bepaalt wat je zoekt in een ’tweede’ instructeur en hoe deze kan aansluiten op jouw huidige instructeur en trainingsmethode.

Het is belangrijk dat jouw instructeurs een soortgelijke visie hebben, omdat het niet goed gaat werken als je bij de ene instructeur volgens een hele andere systematiek moet werken. Dat is voor jou als ruiter heel verwarrend, voor je paard, maar ook voor je instructeurs kan het frustrerend zijn als ze merken dat jij niet hun aanwijzingen hebt opgevolgd op de dagen dat je thuis hebt getraind.

Als jij goed weet waar je mee bezig bent, kun je voor jezelf bedenken hoe de verschillende manieren van lesgeven en invalshoeken aansluiten op jouw training. Als je dat nog niet helder voor ogen hebt, kan het lessen bij meerdere trainers juist erg verwarrend zijn. Bedenk dus ook of je er aan toe bent om bij meerdere instructeurs te lessen.

#2 “Coming out” gesprek

Het zal je vast niet verbazen dat het belangrijk is om open en eerlijk te (kunnen) zijn over bij wie je allemaal lest. Waarschijnlijk vind je dat ook, maar veel ruiters vinden het moeilijk om daar open over te zijn. Dat kan zijn omdat ze bang zijn voor de reactie van de instructeur of dat ze de instructeur beledigen.

Als gevolg hiervan zeggen veel ruiters het dan maar niet als ze ook bij iemand anders lessen en dat kan tot vreemde situaties leiden. Meestal heeft een instructeur het wel door als een leerling ook bij iemand anders lest en door het niet te zeggen, stel je jouw instructeur misschien teleur. Dat is het laatste wat je wilt, want je hebt altijd fijn bij hem of haar getraind.

Wees dus open en eerlijk naar je instructeur toe. Geef het bij jouw instructeur aan als je (ook) wilt gaan trainen bij een andere instructeur en bespreek waarom je dit wilt en hoe dat volgens jou zal aansluiten op de huidige training.

#3 Leren van verschillende oplossingen

Ook al les je bij instructeurs met een soortgelijke systematiek, dan kan het toch heel goed voorkomen dat ze problemen op een hele verschillende manier willen aanpakken. En wat doe je dan?

Probeer goed te begrijpen waarom je instructeurs voor een bepaalde benadering kiezen. Vraag waarom je iets moet doen en bespreek ook alternatieve benaderingen. Je hoeft er niet geheimzinnig over te doen als je het op een andere manier moet aanpakken bij je andere instructeur. Bedenk ook dat het niet zo hoeft te zijn dat de ene benadering ‘goed’ is en de andere benadering per definitie ‘fout.’

Als verschillende oplossingen jou in verwarring brengen, spreek dit dan ook gewoon uit. Het is helemaal niet erg als je niet goed weet hoe je de verschillende benaderingen in jouw training moet inpassen. Door daar open over te zijn, kan jouw instructeur jou beter uitleggen wat zijn bedoeling is en kunnen jullie samen een oplossing bedenken.

Wat je niet moet doen is beide benaderingen in je training ‘half’ doorvoeren en daarmee beide instructeurs tevreden willen stellen. Door te achterhalen wat de visie van de instructeur is, kun je kijken hoe dat past bij jouw eigen visie en daar een keuze in maken.

#4 Ere wie ere toekomt!

Als je bij meerdere instructeurs lest en je behaalt goede resultaten, aan wie is dat resultaat dan te danken? In principe heeft elke instructeur daar een aandeel in, maar de een wat meer dan de ander. (Als er een instructeur is die hier volgens jou geen enkel aandeel in heeft, dan wordt het tijd om een andere instructeur te zoeken…)

Veel ruiters zetten graag een bericht over het door hun behaalde wedstrijdresultaat op hun website of social media. Dat is natuurlijk erg leuk om te doen en veel mensen kunnen daarmee delen in jouw blijdschap. Als je besluit om in dit berichtje ook je instructeur te noemen wees dan zorgvuldig hoe je dit aanpakt. Als je openheid hebt met je instructeurs dan kun je ze noemen in het bericht. Dat is natuurlijk wel erg mooi! Dan krijgen de instructeurs de ere wie ere toekomt! Maar één instructeur noemen terwijl er meerdere instructeurs bij betrokken zijn, dat is niet erg eerlijk.

Dus ere wie ere toekomt: noem ze allemaal of noem er geen.

#5 Frisse blik op je training – clinics

Ben je volledig tevreden met je instructie, maar heb je behoefte om af en toe een frisse blik op je training te krijgen? Een mooie manier om af en toe een frisse blik op je training te krijgen is het volgen van een clinic of een proefgerichte training. Veel goede en ervaren instructeurs en ook juryleden verlenen vaak hun medewerking hieraan. Zij geven dan gelegenheidslessen bij verschillende verenigingen of accommodaties. Dit is een uitgelezen kans voor jou om je licht eens bij een andere instructeur op te steken. Dit is vaak verhelderend en een erg leuke afwisseling in je training. Maak hier gebruik van en bezoek regelmatig een leuke clinic, of rij zelf mee hierin.

Tips voor instructeurs

Niet elke instructeur gaat er even gemakkelijk mee om als een leerling besluit om ook bij iemand anders te gaan lessen. Ten eerste zou een instructeur het niet als een belediging moeten opvallen. Je moet als instructeur inzien dat de kans groot is dat jouw leerling ook van andere instructeurs kan leren en dat daarmee de training (sneller) kan worden verbeterd.

Ten tweede zou je het juist ook als leerzaam voor jezelf kunnen beschouwen door er achter te komen hoe een andere instructeur de situatie aanpakt en welke oplossingen hij aandraagt.

Ten derde moet je jezelf afvragen waarom je leerling (ook) naar een andere instructeur wil gaan. Als instructeur moet namelijk je niet op je eigen ‘eiland’ blijven zitten. Veel instructeurs blijven teruggetrokken in hun eigen wereldje en blijven zich hierdoor te weinig ontwikkelen. Hun eilandje verdedigen zij en alles op hun ‘eilandje’ is goed, maar de ontwikkeling in de buitenwereld gaat door. Hierin moet je meegaan als je jouw leerlingen kwaliteitsvolle training wilt kunnen blijven aanbieden en de concurrentie van andere instructeurs het hoofd wilt kunnen bieden. Maar… daarvoor moet je dus van je eiland (lees: comfortzone) afkomen en jezelf gaan ontwikkelen!

Tenslotte, geef je leerling de ruimte om ook lessen te volgen bij een andere instructeur. Uiteindelijk blijven ze wel bij je lessen, als jij degene bent die het beste bij ze past. Als de nieuwe instructeur beter bij de leerling past, dan zullen ze daar uiteindelijk wel blijven. Jullie combinatie was dan toch niet de beste voor de leerling. Als instructeur moet je dit accepteren hoe lastig dit soms ook is, maar gun je leerling de beste kansen.

Als je een erg betrokken instructeur bent, dan is het soms lastig om ‘afscheid’ te moeten nemen van een leerling waar je een goede band mee hebt of waar je prettig mee werkt. Helaas brengt het werk van een instructeur dit ook met zich mee. Er komen dan vast weer nieuwe leerlingen voor in de plaats waar je met veel plezier mee kunt gaan trainen.

Beslis voor jezelf

Paardrijden doe je voor jezelf. Wil jij jezelf graag verbeteren en progressie maken in de training, dan is instructie essentieel. Of jij behoefte hebt aan één of meerdere instructeurs is iets wat je helemaal zelf moet bepalen. Door open en eerlijk te zijn over jouw beweegredenen om bij meerdere instructeurs te lessen kun je onduidelijkheden voorkomen.

Kan jouw instructeur daar niet goed mee omgaan? Dan moet je goed bedenken of die instructeur voor de langere termijn wel goed bij je past. Paardrijden doe je voor jezelf en niet om je instructeur tevreden te houden. Zorg er wel voor dat je voldoende je waardering uitspreekt naar je instructeurs en behandel ze met respect. Niet open zijn over bij wie je allemaal nog meer lest past daar niet bij.

Succes!

 

Les jij bij meerdere instructeurs en hoe ga jij daar mee om? Wat zijn volgens jou de voor- en nadelen?

Ben je zelf instructeur? Hoe ga jij er mee om als jouw leerling ook bij een andere instructeur gaat lessen?

WAT KAN EEN JURYLID NU WÉL EN NIET WAARDEREN IN EEN PROEF?

Met dank aan Ilja van der Leek, Lilian Kreuger, Marion van Exter, Silvana Wiedeman, Marijke van Beek, Laura Ginsel, Tanja Liesker, Monique Hijdra, Fabienne Berns, Yvon Bos, Ingeborg Dieperink, Brenda Steltenpool-de Vries, Jessica Klasens, Patricia Ruhé en Christa van Duin.

Op wedstrijd willen we graag zo hoog mogelijk eindigen en we doen er als ruiter alles aan om de jury maar geen verkeerde indruk te geven. We hebben een paar weken geleden in de blog van Conny nog kunnen lezen dat juryleden ook maar mensen zijn en wel degelijk te beïnvloeden zijn. En dus glimlachen we vriendelijk naar de jury, snauwen we niet onze voorlezer als deze verkeerd voorleest en geven we voor het oog van de jury een lichte beenhulp ook al zou een flinke por meer op zijn plaats zijn omdat hij niet genoeg impuls heeft.

Maar wat denken en vinden juryleden er nu werkelijk van? Wat zien juryleden liever niet en wat kunnen ze nu juist wél waarderen in een proef?

Ik heb een aantal juryleden gevraagd hoe zij het jureren in de praktijk ervaren en met mijn eigen ervaring als jurylid heb ik daar een aantal aandachtspunten uitgehaald waar ruiters op zouden moeten letten.

#1 Een paard met spectaculaire bewegingen

Sommige ruiters menen, dat zij alleen vooraan kunnen rijden met een getalenteerd paard of met een paard met spectaculaire bewegingen. Voor een deel is dit waar. Met een getalenteerd paard met goede gangen heb je nu eenmaal een voorsprong op een minder goed gebouwd paard met mindere gangen. Met het spectaculair bewegend paard zal je sneller hoge punten krijgen.

Maar er zijn ook ruiters die te veel nadruk leggen op het “spectaculair” in de rondte gaan van het paard. Dat gaat vaak ten koste van het ruggebruik en de souplesse. Het is zeker niet meer zo dat juryleden zitten te wachten op een zweefdraf of een paard met veel voorbeen maar achterbenen die niet meekomen. Zij zien veel liever een fijn afgericht paard die los door zijn lijf beweegt.

Focus je dus op een goede basisafrichting en dat je de oefeningen correct uitvoert en minder op het neerzetten van een spectaculair beeld, wat vaak gepaard gaat met spanning en te weinig ruggebruik. Ook met een eenvoudiger paard, wat goed afgericht is, kun je hoog scoren. Het gaat er tenslotte om dat je paard uitstraalt dat hij een happy athlete is.

#2 Fouten maken in de proef

Fouten maken is niet erg. We doen allemaal ons best en fouten maken overkomt de beste ruiters. Natuurlijk zorgt een fout in de proef wel voor een lager cijfer, maar hoe ga je na de fout verder? Het is namelijk zo dat een jury niet alleen kijkt naar wat er is misgegaan, maar ook naar hoe het opgelost wordt. Als een fout vlot en sympathiek wordt hersteld, wordt een ruiter dit minder streng aangerekend dan een niet herstelde fout. Bovendien kan een goed herstelde fout als een positief punt worden meegenomen bij het geven voor een cijfer voor de rijvaardigheid onderaan het protocol.

Een jury zal het dus waarderen als je de gemaakte fout direct op een nette manier herstelt. Als je paard bijvoorbeeld in de verkeerde galop aanspringt, ga dan zo snel mogelijk terug naar de draf en spring weer opnieuw aan. En springt je paard tijdens de uitgestrekte draf in galop? Meteen terug naar draf en alsnog een stukje uitstrekken laten zien. Een jury waardeert het uiteraard niet als de ruiter de fout hardhandig herstelt of zijn frustratie op je paard afreageert.

Een jury vind het niet erg als er een fout gemaakt wordt, als deze maar snel, effectief en op een nette manier opgelost wordt. En daarna laat je die oefening achter je en focus je jezelf weer op de volgende oefening. Laat je dus niet door een fout in de proef van de wijs brengen. Blijf gefocust!

#3 Hoe laat moet je starten op wedstrijd?

De starttijd is voor veel ruiters soms nog wel een punt waar verwarring over kan ontstaan. Sommige ruiters hebben het idee dat als het programma inloopt, juryleden het fijn vinden als de ruiter alvast start of dat ze zelfs boos worden als de ruiter zijn eigen tijd wil aanhouden.

Dit is over het algemeen niet waar. Elke ruiter kan gewoon zijn eigen tijd aanhouden, omdat je daar je hele voorbereiding op in hebt gesteld, tenzij de jury anders bepaalt. Ben je al wel klaar om te starten? Dan kun je gewoon aan de jury vragen wat hij of zij liever heeft. En staat er geen starttijd vermeld? Dan zal je gewoon moeten starten als de voorgaande ruiter klaar is, of wanneer de ringmeester je oproept.

#4 corrigeren van de houding van het paard tijdens de proef

Een ander belangrijk punt is het corrigeren van de houding van je paard tijdens de proef. Iedereen wil graag het beeld laten zien dat er een harmonieuze wisselwerking is tussen paard en ruiter en dat het paard goed aan de hulpen staat. Maar natuurlijk kan het voorkomen dat je paard in een proef niet voldoende aan de hulpen blijkt te staan. Bijvoorbeeld wanneer er spanning optreedt, waardoor de hulpen minder goed doorkomen, of als je paard tijdens de proef juist te weinig impuls heeft.

Soms kan het dan zo zijn dat je jouw paard dan moet corrigeren, zodat hij weer scherper aan de hulpen komt te staan. Dit kan bijvoorbeeld een iets duidelijke beenhulp, tip met het zweepje of een duidelijke ophouding zijn. Veel ruiters denken dat een jurylid dat niet wil zien en dat een jurylid daarmee het idee krijgt dat je paard dus kennelijk niet aan de hulpen staat. Maar denk je niet dat een jurylid het niet ziet als jouw hulpen niet meer voldoende doorkomen? Een jurylid ziet liever dat je dan een keer reageert op het probleem en daarna de oefeningen beter uitvoert, dan wanneer je het probleem negeert en doet alsof er niets aan de hand is en je paard de hele proef met bijvoorbeeld te weinig impuls door laat lopen.

Pak het paard een keer aan met duidelijkere hulpen, als het paard daardoor de proef verder fijner doorloopt dan kan de jury dit echt wel waarderen. Belangrijk is dan natuurlijk weer dat je dit op een nette manier doet zonder frustratie.

Dit is dus niet de bedoeling…

#5 Serieuze wedstrijdvoorbereiding

Juryleden zitten in hun vrije tijd voor hun plezier in de jurywagen. Zij delen graag hoge punten uit en doen hun best om een zo goed mogelijke beoordeling te geven. Dan is het heel ergerlijk als een ruiter het rijden van een wedstrijd niet serieus neemt.

Dit begint al in de voorbereiding. Zorg dat je op tijd bij de ring bent, dat je een voorlezer hebt geregeld, dat je harnachement in orde is en dat je voldoende tijd hebt genomen om je paard voor te bereiden op de proef. Denk aan al die belangrijke aspecten en zorg ervoor dat wedstrijden rijden niet iets is wat je even tussendoor doet. Een ruiter moet het rijden van wedstrijden serieus nemen uit respect naar hun paard, de jury en de organisatie toe. Zorg voor een goede voorbereiding!

#6 Proef nabespreken?

Napraten over de proef ‘durft’ vaak alleen de ruiter die hoge punten heeft gehaald, terwijl juryleden het erg op prijs stellen om met de ruiters na te praten over hun proeven en de beoordelingen. En nee… je krijgt dan de volgende keer niet minder punten, zoals veel ruiters denken.

Juryleden vinden het dus juist prettig, als je na de rubriek op een vriendelijke manier bij ze langskomt voor live commentaar, zodat je uiteindelijk met een goed gevoel huiswaarts keert en weer genoeg stof hebt om voor jezelf en voor je paard, om op door te trainen.

Je hebt ook ruiters die na de proef bij een jurylid komen ‘klagen’ over te lage punten en dat zijn vaak de ruiters die je niet ziet als ze (te) veel punten hebben gekregen. Als je jouw punten bespreekt, doe dit dan op een respectvolle manier. Durf als ruiter je eigen fouten onder ogen te zien en leer van het commentaar van de jury. Een jury moet er op toezien dat er happy athletes in de baan blijven komen, dus dan moet een ruiter ook tegen opbouwende kritiek kunnen als je er nog niet aan voldoet.

Plezier beleven!

We moeten niet vergeten waarom we op wedstrijd gaan en dat is voor de meesten van ons toch omdat we er plezier aan beleven. Voor een jurylid geldt dat ook, ook al staan een aantal juryleden bekend als streng.

Zij vinden het prettig als er goed gereden wordt en geven liever hoge punten dan lage. Zij zitten niet in het juryhokje om ruiters af te kraken of naar beneden te halen. Net als alle ruiters houden ook zij van de paardensport. Denk er ook eens aan dat als een rubriek laag beoordeeld is, of dit aan de ‘strenge’ jury ligt of is er over het algemeen niet goed gereden. Ga er dus niet altijd vanuit dat een jury (te) streng is geweest.

Leer als ruiter hier op een positieve manier mee om te gaan en neem dit mee om jezelf verder te ontwikkelen als ruiter. Hier schiet je meer mee op dan de lagere beoordeling te veroordelen!

Hoe ga jij om met het commentaar op je protocol?

PAST JOUW PAARD BIJ JOUW AMBITIES?

Om goed te kunnen presteren in de paardensport heb je ambitie nodig. Ambitie zorgt er voor dat je net die extra stap zet, buiten je comfort zone durft te gaan en doorzet als het even tegenzit. Maar vraag jij jezelf wel vaak genoeg af wat jouw ambities zijn en wat je echt graag wilt bereiken? En niet geheel onbelangrijk, past jouw paard bij jouw ambities?

Ben je een ambitieuze ruiter, dan heb je al snel de neiging om met grote stappen op je doel af te willen gaan. Dat hoeft geen probleem te zijn, maar je hebt ook te maken een dier die in jouw (grote) ambitieuze passen mee moet kunnen lopen.

Net als jijzelf, maakt je paard zijn eigen fysieke en psychische ontwikkeling door. Helaas komt het nog te vaak voor dat het paard in zijn lichaam of mentaal niet mee kan komen met zijn ruiter. Als ruiter moet je dit tijdig onderkennen, zodat jij je paard niet onnodig onder druk zet om een bepaald doel te bereiken.

Ben jij je niet bewust van het passen van jouw ambities bij je paard, dan kan dit leiden tot ongewenst gedrag en mogelijk blessures bij hem. Vooral bij nog jonge paarden willen blessures nogal eens de kop op steken, als ze (nog) niet kunnen voldoen aan de eisen die jij als ambitieuze ruiter stelt.

Dit in combinatie met alle competities die er speciaal voor jonge paarden zijn, lijkt de druk om met jonge paarden te presteren steeds groter te worden. Echter, die wedstrijden hoeven geen probleem te zijn mits je paard voldoende gelegenheid krijgt om weer even bij te tanken van een zware belasting en een druk programma.

We kunnen het ook omdraaien

Maar de omgekeerde situatie, wanneer jouw paard meer in zijn mars heeft dan jouw ambities, kan misschien nog wel een groter probleem veroorzaken. Er worden tegenwoordig steeds betere paarden gefokt, maar deze paarden vergen ook meer van jou als ruiter. Als ruiter moet je je verdiepen in hoe deze paarden getraind en begeleid moeten worden zodat hun talenten en vaak sensibele karakter voor hen werkt, en niet tegen hen.

Echter, zeer talentvolle en kwaliteitsvolle paarden worden nogal eens ‘verreden’ en komen niet uit de verf of zijn vroegtijdig afgeschreven. Helaas wordt hun talent het slachtoffer van onervaren ruiters doordat zij onvoldoende begeleid worden, onvoldoende talent bezitten of het ergste van alles: te weinig ambitie hebben om een paard netjes op te leiden.

In zo’n geval moet je eerlijk naar jezelf toe zijn en jezelf afvragen of jouw paard met als zijn talenten misschien niet te hoog gegrepen voor je is.

Toon respect

Houd altijd rekening met de talenten en beperkingen die jouw paard heeft en toon respect voor hetgeen hij voor jou kan doen en betekenen. Niet alle paarden zijn geschikt om mee te komen in jouw jacht om je ambities waar te maken. Blijf alert of jouw paard in het plaatje past dat jij voor ogen hebt voor jezelf. Grijp tijdig in als de combinatie met je paard niet meer passend is. Misschien past een paard dat ouder en meer ervaren is beter hierbij.

Omgekeerd geldt hetzelfde. Wees eerlijk over jouw eigen ambities en hoe dat zich vertaalt naar jouw mogelijkheden als ruiter. Sommige paarden hebben een ruiter nodig die meer van zichzelf verlangd om tot hun recht te kunnen komen.

Een paard kan niet redeneren, een mens wel, wij moeten daarom ook zo eerlijk en bewust zijn dat wij ervoor zorgen dat ons paard past bij de doelen die wij voor ogen hebben. Zo kunnen we samen met onze paarden het meeste plezier bereiken en gaan onze paarden zo lang mogelijk met ons mee op weg naar ons doel.

Wees een goede partner voor je paard! Hij wil graag voor je werken, als wij hem met respect voor zijn lichaam en mogelijkheden meenemen op ons pad. Hij is ons dankbaar voor de goede verzorging die hij van ons krijgt. Hij is gefokt om met zijn atletische lichaam samen met ons sportieve prestaties neer te zetten! Maar bedenk wel iedere keer weer bij jezelf: past mijn paard bij de dingen die ik van hem vraag? Past mijn paard bij mijn ambities?

Hoe zit dat bij jou? Past jouw paard bij jouw ambities?

HOE HOOG LEG JIJ DE LAT VOOR JEZELF EN JE PAARD? VOLG JIJ JE EIGEN WEG?

Om goed te kunnen presteren op wedstrijd moet alles voor elkaar zijn. Je moet goed fit zijn, je paard moet fit zijn, de voorbereiding moet in orde zijn en je moet de oefeningen goed beheersen. Kortom, allemaal factoren die ervoor zorgen dat de kans dat je op wedstrijd goed presteert groter maken.

Veel wedstrijdruiters werken naar een bepaald doel toe, maar voor elke combinatie is dat een ander doel. De een wil een winstpunt halen op de volgende wedstrijd, de ander wil een klasse hoger starten en weer een ander wil ervoor zorgen dat zijn paard gehoorzaam blijft tijdens de proef.

Maar er zijn ook veel ruiters die zo gedreven zijn om hun doel te halen dat ze er keihard voor werken en dat daar alles voor moet wijken. Op zich niets mis mee, maar er zijn veel doelen die niet realistisch zijn of veel te hoog gegrepen zijn. Veel ruiters leggen de lat te hoog. Er moet op een bepaalde manier gepresteerd worden terwijl zijzelf, of hun paard, daar eigenlijk nog niet klaar voor zijn. Krampachtig, dwangmatig en met veel moeite wordt geprobeerd om het doel te behalen. Het moet en het zal lukken!

Buitenwereld

Helaas brengt deze krampachtige aanpak de combinatie meestal niet verder en in sommige gevallen zorgt het juist voor een stap terug dan vooruit. Maar waarom doen we dat dan? Waarom leggen we de lat vaak zo hoog?

Een groot aantal ruiters die dit doen trekken zich, misschien onbewust, erg veel aan van wat de buitenwereld vindt en zijn daar tijdens hun training en in de proef mee bezig. Zij proberen te voldoen aan de verwachting die de buitenwereld aan hen stelt. En dat betekent onder andere dat je snel moet doorstromen naar een hogere klasse en vooraan in het klassement moet rijden.

Het gevolg is dat de kans op overvraging van je paard veel groter wordt, maar ook dat in de proef je lichaam op slot slaat omdat je geen fouten wilt maken. Kortom krampachtig houd je vast aan het beeld dat de buitenwereld van jou verwacht, of beter gezegd…..je houdt vast aan het beeld waarvan jij denkt dat de buitenwereld van jou verwacht.

Want wat zal de jury wel niet denken als het in de proef mis gaat? En…iedereen op stal moet je weer gaan uitleggen waarom het niet goed ging op wedstrijd en dat je wéér geen winstpunt hebt gereden. In de uitslagen die gepubliceerd worden staat jouw naam weer onderaan met een laag puntenaantal.

Loslaten

Als Ruiter moet je kunnen loslaten…letterlijk en figuurlijk.

Letterlijk laat je los door de teugels bij je paard te laten vieren en de (te hoge) druk van de training af te halen.

Figuurlijk laat je los door je te hoog gegrepen doel los te laten. Blijf je hart en je gevoel volgen. Deze willen vaak wat anders dan wat algemeen aanvaard wordt.

Leer je eigen pad te volgen met je paard. Niet het pad wat de buitenwereld jou ‘oplegt’ of beter gezegd wat jij jezelf door jouw idee van de buitenwereld laat opleggen. Laat het collectieve bewustzijn los en volg je eigen pad! Iedereen heeft zijn eigen pad wat bij hem en zijn paard past. Dit is weer een andere weg die Pietje met zijn Z-paard volgt. Beide paden kun je niet met elkaar vergelijken.

Met zoveel mensen en zoveel meningen is het een hele opgave om je eigen gevoel te blijven volgen. Vooral als je alle opmerkingen van anderen in je gedachten al ‘hoort’ als je in de uitslagen onderaan staat.

Blijf ondanks de meningen uit de buitenwereld bij jezelf en blijf jouw weg volgen. Leer onderweg van elkaar en inspireer elkaar. Dit moet je niet laten ontaarden in elkaar iets opleggen. Ieder heeft zijn eigen weg naar zijn doel toe.

Volg je EIGEN weg met je paard!

Stel jezelf kleine(re) en makkelijk haalbare doelen die op jou en jouw paard gericht zijn. Doelen die dicht staan bij de situatie zoals deze op dit moment is.Dit geeft je vertrouwen en zorgt ervoor dat je de lat niet te hoog legt voor jezelf.

Je kunt niet sneller dan snel gaan, dus je leg jezelf en je paard niet meer op dan jullie aankunnen op het niveau waarop je op dit moment rijdt. Het geeft ook geen fijn gevoel om op wedstrijd te gaan terwijl je eigenlijk nog niet helemaal kunt voldoen aan het niveau. Dat leidt alleen maar tot frustraties.

Zorg ervoor dat je met kleine(re) stapjes vooruitgang boekt. Je hoeft niet meteen een hele proef je paard over de rug en nageeflijk te kunnen houden. Zorg eerst dat je goed gaat zitten op je paard. Werk vervolgens aan het over de rug rijden van je paard. Doe het in de volgorde en in de snelheid die bij jullie past en nog belangrijker…..de snelheid die jullie allebei aankunnen.

Ja, Pietje met zijn Z-paard heeft een andere snelheid. Ja die gaat hard vooruit! Leuk voor hem, maar dat is zijn weg. Jij hebt de jouwe. Blijf daar aan vasthouden en maak jouw weg een mooie. Een mooie weg waarop je veel plezier met je paard beleeft en veel leert. Samen met je haalbare doelen en een training die jou hierin ondersteunt. Zo behaal je stap voor stap wat je wilt bereiken.

Denk er voor jezelf eens over na….volg ik mijn eigen weg? Of… doe ik wat anderen van mij verwachten? Paardrijden is een gevoelsport. Blijf dus je gevoel volgen om het beste uit jezelf en uit je paard te halen!

WIE MOET ER NU EIGENLIJK NAAR DE THERAPEUT TOE? RUITER EN/OF PAARD?

18Gelukkig zijn er steeds meer ruiters die de gezondheid van hun paard goed in de gaten houden. Regelmatig komt er een therapeut om eventuele blokkades of ongemakken die onze paarden hebben opgelopen tijdens bijvoorbeeld de training te laten behandelen.

Maar hoe zit dat bij jezelf? Ga jij zelf ook wel eens naar een therapeut als je pijn voelt in bijvoorbeeld je onderrug, heupen, schouders of armen? En denk je er ook wel eens over na hoe die pijn is ontstaan? Besteed jij wel genoeg aandacht aan je eigen lichaam en ben je daar wel genoeg mee bezig? Of gaat alle aandacht uit naar het lichaam van je paard?

In de praktijk zie je veel ruiters die scheef zitten, hun lichaam scheef belasten, een verkeerde houding hebben of hun spieren onnodig gespannen houden. Heel veel ruiters zijn zich hier niet van bewust. Kun jij je voorstellen hoe het voor jouw paard moet voelen als hij in zijn oefeningen een ruiter moet dragen met een knijpende, scheve zit?

Een ongelijke houding van de ruiter is heel belastend voor het paard met name voor de lange rugspieren, hals en achterhand. Dit ervaart een paard als zeer onplezierig!

Maar gelukkig gaat ons paard af en toe naar de masseur of osteopaat om weer lekker losgemaakt te worden. Happy athlete dus?

Helaas worden onze losgemaakte paarden vaak weer “vastgereden” door onszelf als wij niet bereid zijn om aan ons eigen lichaam te werken. Je hoort veel ruiters zeggen, mijn paard kan dit niet en hij heeft moeite met dat. Maar wat is jouw eigen aandeel hierin? Jij zit toch boven op zijn rug? Hoe werk jij daarboven op hem in? Kun jij garanderen dat jij je paard niet in de weg zit? En wat doe jij er aan om je paard niet in de weg te zitten?

Problemen in de wedstrijdsport

Velen van ons willen zo hoog mogelijk eindigen in de wedstrijdsport. Voor veel ruiters is dat de magische klasse Z of misschien wel de subtop. Maar ondanks dat een verkeerde houding van de ruiter al tot problemen in de basisafrichting leidt, ga je het steeds duidelijker merken in de hogere klasses. In de klasse B zijn de oefeningen nog betrekkelijk simpel voor je paard en fiets jij er met stijve lijf en je scheve zit nog wel doorheen.

In de hogere klasses wordt het echter een ander verhaal. Jouw paard moet in deze klasse steeds harder werken en zijn lichaam op een juiste manier gebruiken om de oefeningen goed uit te kunnen voeren. En hoe verder je komt in de wedstrijdsport, des te meer afstemming er moet zijn tussen ruiter en paard. De hulpen voor de oefeningen worden steeds nauwkeuriger en er wordt meer van het paard verwacht.

Maar hoe denk jij een goede schouderbinnenwaarts te rijden als jij er scheef op zit? Denk jij dat jouw paard in een goede buiging en in balans die oefening kan uitvoeren als jij niet recht zit of met je bovenbenen zijn rug afknijpt? Of wat dacht je van appuyementen en wissels die je tegenkomt in de klasse Z? Hoe ga jij een goed appuyement rijden als je met knijpende benen en een scheve heup de oefening wilt inzetten?

Veel paarden kunnen op zo’n moment de moeilijke oefeningen niet meer goed uitvoeren. Ja, de oefeningen lijken er wel op zoals al ze bedoeld zijn, maar de echte gymnastiserende werking van goed uitgevoerde oefening is vaak verre van dat. Heb jij ook door dat je daar zelf een heel groot aandeel in kan hebben? Wie vertelt jou dat? Als jouw trainer je dat niet vertelt, wat helaas nog te veel voorkomt, hoe kom je er dan achter?

Werken aan je eigen lichaam

Om er achter te komen wat het effect is van jouw eigen lichaam op je paard, moet je contact maken met jouw eigen lichaam en deze analyseren. Om controle te krijgen over het lichaam van het paard, moet je eerst controle krijgen over je eigen lichaam! Zijn al je spieren ontspannen? Kun je dat voelen of dat zo is? Ben jij je er bewust van of je spieren aangespannen of ontspannen zijn?

Ga eens, terwijl je op je paard zit, al je lichaamsdelen na en voel of je ontspannen bent. Hoe zit het eigenlijk met de stand van je bekken? Bewegen jouw bekken mee in de beweging van het paard of houd je deze vast? En hoe zit het met je rug. Kantel je bekken eens van voor naar achter en voel of er veel beweging mogelijk is in je onderrug.
Ga eens je zitbeenknobbels opzoeken in je zadel en kom er achter of je naar één kant hangt. En hangen beide benen langs het lichaam van je paard gelijk naar beneden of trek je één been meer op?

Het kan zijn dat je er achter komt dat je niet helemaal gelijk in je lichaam bent en dat je een bepaalde voorkeurshouding hebt. Vrijwel iedereen heeft een bepaalde voorkeurshouding, maar het belangrijkste is dat jij je daar bewust van wordt.

Hoe ga je het vervolgens oplossen? De meeste ruiters proberen alleen op de rug van het paard het probleem op te lossen. Maar als jouw spieren ongelijk ontwikkeld zijn en bijvoorbeeld de ene rugspier korter is geworden, door het inknikken van een heup, dan moet er toch meer gebeuren om jezelf recht te krijgen dan alleen door op het paard te oefenen? En daarnaast ben je tijdens het rijden met 101 dingen bezig en is het heel moeilijk om een probleem op te lossen wat er misschien al jaren zit!

Gelukkig kun je naast je paard veel doen aan je eigen lichaam. Ruiterfitprogramma’s kunnen veel lichaamsbewustzijn creëren, maar ook andere sporten waarmee je contact maakt met je lichaam, zoals bootcamp, hardlopen, fitness, pilates en yoga kunnen je veel voordeel opleveren. Tijdens het doen van oefeningen naast je paard, kom je er met een goede trainer achter waar jouw eigen blokkades zitten en welke spiergroepen ongelijk ontwikkeld zijn. Door het doen van gerichte oefeningen kun je je spieren gelijker maken en je lichaam leniger maken.

Ga ook eens naar een fysiotherapeut, osteopaat of een ander gecertificeerd therapeut. Vooral degenen die ergens pijn hebben in hun lichaam. Therapeuten kunnen nagaan of er spierblokkades zijn, deze behandelen en jou gerichte oefeningen meegeven om jouw lichaam soepeler te krijgen.

Confronterend

Wat een confronterende blog is dit hè? Helaas werkt het zo wel en wordt het tijd dat we ons meer gaan verdiepen in onszelf. Wij willen een goede prestatie van onze atleten, maar de prestatie van onze paarden komt niet alleen vanuit hen. Nee, dit komt ook vanuit een ruiter die in een goede conditie is en die een goede lichaamsbewustzijn heeft.

Als een ruiter zijn eigen lichaam niet traint dan kan hij de therapeut wel elke maand laten komen om het paard los te maken, maar dan is het paard binnen de kortste keren weer vastgereden. Wil je dit voorkomen?
Ga dan met jezelf aan de slag met een aanvullende sport of zoek voor jezelf een goede therapeut uit die jou goed kan helpen met oefeningen en behandelingen om je lichaam pijnvrij en soepel te houden, zodat jij je paard niet in de weg zit of belemmert in zijn werk dat hij voor jou doet.

Leer je lichaam kennen en zorg er goed voor! Je hebt hier zelf heel veel aan en ook je paard zal je dankbaar zijn. Je zult merken dat je paard veel minder blokkades in zijn lichaam (terug)krijgt als jij ook werkt aan jouw lichaam.

Je lichaam is het huis van je ziel. Je lichaam moet nog heel lang mee! Geef niet alleen jouw paard alle verzorging, maar zorg ook goed voor je eigen lichaam. Het is zo’n mooi geschenk van de natuur, dus wees er zuinig op! Alles gaat om bewustwording! Loop hier niet voor weg, maar ga er mee aan de slag!

Succes!

BUIKSPIEREN VAN HET PAARD; WAAROM ZO BELANGRIJK EN HOE TRAIN JE ZE?

Elk paard heeft zijn sterke en minder sterke punten en door daar specifiek aandacht aan te besteden in de training, kun je het beste uit je paard halen. Voorwaarde is dan wel dat je weet wat de aandachtspunten van jouw paard zijn.

Weet jij bijvoorbeeld waar hij moeite mee heeft in de training? Hoe werk je hier aan? En waarom reageert jouw paard op een bepaalde manier op de dingen die je hem vraagt?

Één van de meest voorkomende aandachtspunten die ik bij veel paarden zie, is dat er onvoldoende ruggebruik is en dat de rugspieren van het paard onvoldoende ontwikkeld zijn. We weten allemaal dat het ruggebruik heel belangrijk is, maar hoor zorg je er nu voor dat je paard zijn rug optimaal ontwikkelt en daarmee de kans op rugproblemen wordt verkleind?

Pieteke de Reus, die samen met haar partner John Swaab veel aandacht besteedt aan de basisafrichting

 

Minder rugproblemen? Train de buikspieren!

Net zoals bij mensen is de rug van het paard een belangrijk onderdeel van het lichaam. Bij een paard komt daar nog eens bij dat deze ook nog eens een (soms slecht meezittende) ruiter moet dragen. Dit zorgt ervoor dat rugpijnen één van de grootste problemen zijn van onze rijpaarden.

Veel mensen krijgen last van hun rug doordat hun buikspieren niet voldoende ontwikkeld zijn. Denk maar een aan een man met een bierbuik. De buikspieren zijn helemaal uitgerekt en doen nagenoeg niets om de dikke buik te ondersteunen. Alle druk komt nu op de (onder)rugspieren en wervelkolom te staan.

Bij paarden werkt het precies zo.

Een goede, sterke rug hangt samen met sterke buikspieren. Het aspect buikspieren wordt door veel ruiters en trainers niet meegenomen in de training of erg onderschat. Maar zoals gezegd kan een sterke rug niet zonder sterke buikspieren. Wij moeten ons niet alleen focussen op de rug van het paard, maar we moeten beginnen bij de buikspieren van het paard.

Waarom zijn de buikspieren zo belangrijk?

Als je paard moet mesten, zie je aan de zijkant van zijn buik een gleuf ontstaan. Dat zijn de (oppervlakkige) buikspieren die je paard op dat moment aantrekt. De buikspieren worden, net zoals bij mensen, niet heel intensief gebruikt. Maar voor de paardensport is dat een ander verhaal!

Bij een paard zit een deel van de buikspier vastgehecht aan het heupbeen. Bij het aantrekken van de buikspieren wordt automatisch het bekken iets gekanteld. Dit zorgt er weer voor dat het achterbeen verder onder de massa kan treden en de lange rugspier opgerekt wordt en de rug en schoft omhoog komen. Omdat de rugspier ook verbonden is aan de halswervels, zakt het paard automatisch op een juiste manier in de hals.

Echter, je ziet veel paarden die hun buikspieren laten “hangen” en hierdoor hol in hun rug worden, waardoor de lange rugspier niet voldoende wordt aangesproken. Als ruiter heb je dan de taak om in de training de buik- en rugspieren goed te trainen om hem sterker te maken en daarmee rugproblemen te voorkomen of te verminderen.

Hoe train je de buikspieren van je paard?

Er zijn een verschillende oefeningen die het paard kan helpen bij het aanspannen van de buikspieren en daarmee het kantelen van het bekken en het omhoog brengen van de rug. Ik noem er hieronder drie.

Achterwaarts gaan
Een hele goede oefening hiervoor is het achterwaarts gaan, waarbij het paard zijn buikspieren moet aanspannen. Veel (dressuur)ruiters nemen deze oefening veel te weinig mee, terwijl het bijvoorbeeld in de westernsport veel gebruikelijker is. Als ruiter kun je tijdens het achterwaarts gaan goed voelen wat er gebeurt in het lichaam van het paard als hij de juiste spieren aanspant. Zorg ervoor dat je paard rond blijft in zijn hals en recht achterwaarts loopt. Als aan die voorwaarden wordt voldaan, kun je deze oefening goed gebruiken om je paard alle juiste spieren te laten gebruiken in zijn lijf. Een paard wordt hier leniger en handiger van in zijn lijf.

(Wissel achterwaarts gaan af met alleen halthouden, zodat je paard ook stil kan blijven staan zonder achterwaarts te gaan.)

Verzamelen
Verzamelen van je paard is ook een belangrijk onderdeel van de training om de buikspieren aan te spreken. Denk maar eens aan een pirouette, waarbij de buikspieren enorm aangespannen moeten worden omdat het bekken moet kantelen en het gewicht op het achterbeen komt. Voor veel paarden is deze oefening nog te zwaar, maar wat je kunt doen is in galop op de volte het achterbeen wat naar binnen brengen en hem opvangen. Op die manier leert je paard zijn buikspieren aan te spannen en het bekken te kantelen. Hiermee wordt het ruggebruik gestimuleerd en wordt je paard flexibeler in de achterhand. Doe dit kleine stukjes en rijd er dan weer uit. Herhaal dit een paar keer achter elkaar. Hiermee maak je je paard sterker.

Bron: Hoefslag

 

Ontspannen benen van de ruiter
Op het moment dat je werkt aan het aanspannen van de buikspieren en daarmee uiteindelijk het opbollen van de rug, is het van belang dat je als ruiter goed in balans op je paard kunt zitten. Knijpende bovenbenen zorgen ervoor dat je de rug van het paard als een wasknijper afknijpt. Je paard heeft dan geen ruimte meer om zijn rug omhoog te drukken en zal zijn rug hol trekken en zijn buikspieren naar beneden laten hangen. Daarom moet je als ruiter goed op je zitbeenknobbels steunen en je benen los af laten hangen.

Wanneer gebruikt mijn paard zijn buikspieren genoeg?

Als je de “gleuf” aan de zijkant en onderkant van zijn buik ziet, dan weet je dat jouw paard onder andere zijn oppervlakkige buikspieren aanspant. Als jouw paard de dieper gelegen buikspieren ook aanspant, dan kantelt zijn bekken, komt zijn rug omhoog en treedt zijn achterbeen verder onder de massa. Hij krijgt dan meer afdruk in zijn bewegingen en komt meer tot dragen.

Wil je dat jouw paard ook zijn buikspieren meer gaat aanspannen? Leg dan niet alleen de focus op de rugspieren, maar ook op de buikspieren. Als je paard zijn rugspieren goed gebruikt dan krijg je als ruiter het gevoel alsof er een kussentje onder je zadel opgeblazen wordt. Je wordt al het ware opgetild. Dit is het juiste gevoel waar wij als ruiters en trainers constant naar moeten streven, in alle gangen en oefeningen.

Succes!

Was jij je al bewust van het verband tussen het ruggebruik en de buikspieren van het paard? Veel rugproblemen kunnen voorkomen worden door het versterken van de buikspieren.

WAAROM HET OP WEDSTRIJD NOG NIET WIL LUKKEN, TERWIJL HET IN DE TRAINING AL WEL GOED GAAT

Iedere ruiter heeft dat wel eens meegemaakt. In de training gaat het steeds beter en jullie gaan goed vooruit. Je hebt hard aan de aandachtspunten gewerkt en je voelt dat je nu klaar bent om op wedstrijd te gaan. Vol vertrouwen ga je op wedstrijd en wat is het resultaat? Tijdens het losrijden merk je al dat het moeizamer gaat en het lukt je maar niet om het fijne gevoel wat je thuis hebt te krijgen. In de proef sluipen weer de oude fouten, terwijl je daar thuis nog wel zo hard aan had gewerkt.

Hoe kan dat nu? Je had je paard in de training toch zo goed voor elkaar?

Een wedstrijdomgeving is voor jou als ruiter en voor jouw paard natuurlijk heel anders dan thuis. Er rijden andere paarden kris kras over het terrein, er is publiek, auto’s, wapperende vlaggen, geluid en ga zo maar door. Spanning is één van de meest belangrijke oorzaken waarom het nog niet wil lukken op wedstrijd. Maar met alleen het werken aan het verminderen van de spanning heb je nog niet de sleutel tot succes te pakken.

 

Terugvallen in je oude patroon

Een groot deel van de oplossing ligt in de training thuis, waar ik het in de blog “Op wedstrijd gaan versus thuis doortrainen. Wat is wijsheid” ook over heb gehad. Het heeft geen zin om wekelijks op wedstrijd te gaan als er in de basis nog problemen zitten. Je zult dus moeten werken aan jouw aandachtspunten. Maar wanneer zijn jouw aandachtspunten voldoende opgelost?

Als je in de training werkt aan jouw aandachtspunten en die van je paard, dan duurt dit meestal weken tot maanden totdat deze niet meer de grootste issue zijn in de training. Het duurt een aantal weken tot maanden voordat jij en je paard een nieuw (bewegings)patroon hebben aangeleerd.

Je bent snel geneigd om weer terug te vallen in je oude patroon als je niet oplet. Je moet er dus echt moeite voor doen om uit je oude patroon te blijven en vooruitgang te blijven boeken. Dat geldt echter ook voor jouw paard. Paarden zijn gewoontedieren die net zoals mensen vasthouden aan het bekende en graag in hun comfortzone (lees: oude patroon) blijven.

Je moet als ruiter en trainer erg veel aandacht besteden aan het herkennen van het oude patroon, hoe je hier uitkomt, hoe je er uitblijft en vervolgens hoe je de nieuwe manier van rijden jezelf en je paard eigen kunt maken.

Om dat te kunnen doen moet je over veel zelfdiscipline en –kritiek beschikken. Ruiters die dat niet voldoende hebben, kunnen jaren met dezelfde problemen blijven kampen en lijken maar niet uit hun oude patroon te kunnen komen.

Wat is dan een nieuw patroon?

Een nieuw patroon aanleren is het verlaten van de comfortzone en vooruitgang boeken. Dit kunnen allerhande verbeteringen en veranderingen zijn in het rijden. Denk hierbij aan grote veranderingen zoals aanpassingen in de basisafrichting van het paard. Bijvoorbeeld het ontwikkelen van het ruggebruik en meer gedragenheid bij het paard. Tot kleine veranderingen zoals meer buiging in de inzet van oefeningen. Al deze veranderingen vragen om een andere inwerking van de ruiter en een ander lichaamsgebruik van het paard. Dit is een nieuw (bewegings)patroon die het paard en de ruiter zich eigen moeten maken.

De kleine veranderingen zijn natuurlijk minder ingrijpend en redelijk snel door te voeren. Dit vergt minder van ruiter en paard. Echter de grote veranderingen vergen veel tijd en doorzettingsvermogen om het oude patroon te kunnen doorbreken.

 

Op wedstrijd val je vaak terug in het niveau

Door spanning reageert je lichaam anders dan wanneer je lekker thuis aan het trainen bent. Zo geldt dat ook voor het lichaam van het paard vanwege de andere omgeving en de spanning die een wedstrijd met zich mee brengt. Maar denk ook aan de voorbereidingen en de reis naar de wedstrijd toe. Dat kost een paard altijd meer energie dan thuis trainen, waardoor jouw paard ook weer sneller terugvalt in zijn oude bewegingspatroon en lichaamsgebruik.

Je kunt als regel voor jezelf hanteren dat bij ruiters en paarden die tamelijk last hebben van spanning op een wedstrijd, het niveau op wedstrijd gemiddeld een half jaar achterligt op het huidige niveau.

Ga dus niet onvoorbereid op wedstrijd en neem de tijd!

Houd hier dus rekening mee in je training en je wedstrijdplanning. Een goede test om te zien hoe ver je bent in de training, is het rijden van oefenwedstrijden. Hoe verder jij bent in de bevestiging van je nieuwe manier van rijden, des te beter je het in de gaten zult hebben als jij en je paard op het wedstrijdterrein en in de proef weer terugvallen in jullie oude patroon. Als je training nog niet erg bevestigd is, heb je het vaak niet meteen in de gaten wanneer je terugvalt in je oude patroon. Je merkt alleen dat je paard minder fijn loopt en minder fijn aan de hulpen staat dan thuis.

Ook thuis veel proeven rijden is een goede manier om te oefenen om uit je oude patroon te blijven. Er is namelijk ook een bepaalde handigheid nodig in het rijden van proeven. Dit vergt veel oefening van de proeven. Laat jezelf ook op video opnemen tijdens het rijden, zodat je goed ziet waar je op dit moment staat in je (nieuwe) training.

Zoals in mijn eerder genoemde blog al beschreven is, kan ook een wedstrijdpauze om je paard verder te trainen heel verhelderend werken. Je kunt dan even op adem komen en je goed focussen op de specifieke training die jij en je paard nodig hebben.

Op een gegeven moment is de nieuwe training een automatisme geworden en is dit nieuwe patroon ingesleten in het zenuwstelsel en spierstelsel van jou en je paard. Dat is het moment dat je nagenoeg niet meer terugvalt in je oude patroon.

Veel plezier en succes met het werken aan je aandachtspunten!

Herken jij ook dat je in niveau terugvalt op wedstrijd en dat jij en je paard sneller in jullie oude patroon vallen?

LOOPT JOUW PAARD BERGOP? OFTEWEL, TRAIN JIJ DE BORSTSPIEREN VAN JE PAARD?

Misschien heb je het wel eens op je protocol staan: ‘Het paard moet meer bergop lopen’ of ‘paard loopt te veel op de voorhand.’ In de dressuursport zien we graag een paard dat bergop loopt en dat daarbij het achterbeen goed ondertreedt. Een paard dat van nature bergop is gebouwd, kan uiteraard ook gemakkelijker bergop lopen.

Maar hoe zit dat met paarden die daar wat meer moeite mee hebben? Hoe zit dat bijvoorbeeld met de paarden die een wat korter voorbeen hebben en van achteren iets overbouwd zijn? Hoe kun je er voor zorgen dat ook díe paarden bergop gaan lopen?

Emmelie Scholtens met Charmeur | Bron: Hoefslag

 

Allemaal spieren!

In een van mijn vorige blogs heb ik het gehad over de buikspieren van het paard en hoe je door de training van de buikspieren het ruggebruik kunt stimuleren. De buikspieren zijn samen met de rugspieren onderdeel van de belangrijke kernspieren van het paard. Door het trainen van de kernspieren van het paard kun je het atletisch vermogen van je paard verhogen en daarnaast de kans op blessures verminderen.

Naast de rug- en buikspieren, zijn de borstspieren ook een belangrijk onderdeel van deze kernspieren. Op het moment dat het een paard bergop loopt, loopt een paard met zijn schoft omhoog gedrukt. Dit wordt mogelijk gemaakt door een aanspanning van de spieren waar de borstkas in hangt en waar de schouderbladen met de voorbenen aan vastzitten.

Een hele belangrijke spier hierin is de zogenaamde pectorale draagband. Dit is een grote borstspier die laag tussen de voorbenen ligt en voor een groot deel de voorhand draagt. Op het moment dat deze spier wordt aangespannen, wordt de borstkas omhoog gedrukt en daarmee de schoft.

Je kunt dat zien in de onderstaande figuur. Rechts hangt de borstspier slap en is de borstkas en de schoft laag. Links een aangespannen borstspier en zie je dat de borstkas en de schoft hoger liggen.

Illustratie van Gillian Higgins

 

Maar hoe trainen we de spieren van de voorhand en met name de pectorale draagband, zodat de schoft en borstkas van het paard omhoog gedrukt worden?

Oefeningen voor de pectorale draagband

Achterwaarts

Net als bij de training van de buik- en rugspieren, helpt het achterwaarts gaan ook het aanspannen van de borstspieren. Als het paard netjes rond in de hals blijft tijdens het achterwaarts gaan, dan zal hij ook zijn pectorale draagband aan moeten spannen om over de rug achterwaarts te kunnen gaan. De oefening achterwaarts is een goede oefening om de kernspieren van het paard te trainen.

Cavaletti-training

Ook het stappen of draven over verhoogde cavaletti’s zorgt ervoor de pectorale draagband wordt versterkt om de schoft en borstkas naar boven te drukken.

Liften van de rug

Als je een kommetje maakt van je hand en deze zachtjes precies op de plaats van de singel onder de buik van het paard drukt, dan lift je de rug van het paard. Met jouw hand stimuleer je de pectorale draagband om zich aan te spannen waardoor de schoft en de rug van het paard omhoog komen. Doe deze oefening voorzichtig, want er zijn gevoelige paarden die dit niet prettig vinden.

Met deze oefening kun je het paard bewust maken en stimuleren, om de pectorale draagband te gebruiken. Hoe makkelijker je paard zijn schoft en rug omhoog drukt hoe soepeler hij is in deze spieren en hoe meer mogelijkheden je hebt om hem hier te trainen. Je krijgt zelf ook meer inzicht in wat er nu eigenlijk precies gebeurt in zijn lichaam.

 

Bron: Reitlehrer

Hoe hoog instellen?

In onze training kunnen we er aan werken dat de borstspieren, maar ook de buik- en rugspieren worden getraind en sterker worden. Zodoende kunnen we steeds beter voor elkaar krijgen dat een paard met ruggebruik bergop gaat lopen.

Dit proces kost alleen wel veel tijd, vooral bij paarden die van nature niet bergop zijn gebouwd. Sommige ruiters vinden het moeilijk om die tijd te nemen. Ze willen dan graag dat het paard bergop loopt, terwijl het paard nog niet voldoende dragend vermogen heeft ontwikkeld. Met andere woorden, de kernspieren zijn dan nog niet sterk genoeg.

Tegelijkertijd worden we als dressuurruiter opgevoed met de overtuiging dat het paard hoog in de hals gereden moet worden. Dit is wat de jury in de proef wil zien. Om toch de illusie te wekken dat het paard bergop loopt, worden deze paarden te hoog ingesteld in de hals voor wat het lichaam op dat moment aankan.

Ondertussen wordt de schoft en de rug naar beneden gedrukt, omdat de kernspieren nog niet sterk genoeg zijn. Het gevolg is dat het paard zonder ruggebruik en met weinig souplesse in de rondte gaat.

Om een paard in deze (verkeerde) houding te zetten, moeten we als ruiter niet willen. Neem dus de tijd voor de opleiding van je paard. Verdiep jezelf in zijn spieren en hoe je deze kunt trainen. En geef je paard de tijd om deze spieren te ontwikkelen en hierin sterker te worden. Dan kan hij voor jou de oefeningen mooi en goed uitvoeren. In de tussentijd liever een keer op je protocol dat je paard nog meer bergop moet, dan dat je jouw paard geforceerd in een verkeerde houding ‘trekt’.

Succes!

Verdiep jij je al genoeg in de spieren van je paard, hoe deze werken en hoe deze getraind moeten worden?

EEN GOEDE WEDSTRIJDVOORBEREIDING IS HET HALVE WERK!

Geschreven door Marlon van Wissen en Bettine van Harselaar

Deze week een blog in samenwerking met collegajurylid Bettine van Harselaar. Bettine is freelance paardenjournalist, instructrice en basisjurylid.

Op dit moment worden er door heel Nederland selectiewedstrijden verreden voor de regionale kampioenschappen om te bepalen wie uiteindelijk naar de Nederlandse kampioenschappen mogen. Het rijden van kampioenschappen en selectiewedstrijden is een belangrijk moment voor ruiters.
Maar……Wat schetst onze verbazing?
Als jurylid, maar ook als trainer, zien wij maar al te vaak gebeuren dat er fouten worden gemaakt die voorkomen hadden kunnen worden met een goede voorbereiding. Natuurlijk kunnen externe factoren zoals bijvoorbeeld spanning van je paard op het wedstrijdterrein zorgen voor een minder goed resultaat, maar zorg in ieder geval dat je de dingen die je zelf in de hand kan hebben wel goed voor elkaar hebt en goed hebt voorbereid.

Ken je proef

Een essentieel punt voor het rijden van een goede proef is het kénnen van de proef. Veel ruiters kennen de proef niet (of slechts deels) uit hun hoofd, waardoor er nogal eens verkeerd wordt gereden.

Hoe belangrijk vind je een kampioenschap, als je de te rijden proef niet uit je hoofd kent?

Hoe wil je een goede proef neerzetten, wanneer je nauwelijks zelf weet wat je de komende zes minuten moet doen?

Een proef moet je binnenstebuiten en achterstevoren uit je hoofd kennen en al een aantal malen gereden hebben, zodat je precies weet hoe de lijnen van de proef lopen. Een proef niet of nauwelijks voorbereiden kun je vergelijken met een onbekende route die je nog nooit gereden hebt waarbij je heel erg op je TomTom (voorlezer) moet letten om op de juiste plek uit te kunnen komen.

Ruiters die hun proef niet kennen, zijn meer bezig met welke kant ze op moeten, dan met het rijden zelf. Puur het kennen van je proef kan daarom al veel stress wegnemen.

Je hoort vaak ruiters zeggen dat ze de proef niet willen oefenen, omdat het paard dan de proef al kent en voor de hulpen uit de proef zelf gaat doen. Een beperkende gedachte! Er zijn een aantal proeven van dezelfde klasse die je kunt oefenen. Als je goed afwisselt tussen de proeven, dan krijgt het paard steeds een andere proef voorgeschoteld. De kans dat het paard voor de hulpen uit gaat wordt dan een stuk kleiner, dan wanneer je maar één proef oefent.

Bovendien hoef je niet een hele proef achter elkaar te oefenen, maar kun je lijnen uit je proef rijden en dat op verschillende plaatsen doen. Daarnaast hoef je niet per sé op je paard te zitten om je proef te oefenen. Ga eens thuis in gedachten je proef van A tot Z visualiseren of ‘loop’ de proef in de bak.

Thuis een niveau hoger

Er zijn altijd wel proefonderdelen die je nog minder goed beheerst en waar je misschien in de proef wel een beetje tegenop kijkt. “Ojee.. straks moet ik aanspringen, als hij zich maar niet opdrukt of in de verkeerde galop aanspringt” of “als die galopswissel naar rechts maar goed gaat.”

Zulke gedachten kunnen er voor zorgen dat je zelf spanning opbouwt en uit je concentratie wordt gehaald. Om het voor jezelf gemakkelijker te maken is het verstandig om er voor te zorgen dat je thuis in de training al een niveau hoger bent. Wanneer je dus L2 rijdt, zorg dan dat je thuis zonder moeite een M1 proef doorkomt. Dit zorgt op de wedstrijd voor meer zelfvertrouwen en ontspanning: twee elementen die essentieel zijn voor een goede prestatie in de proef!

Verander niet te veel

Op wedstrijd zelf heb je meestal iemand bij je om te helpen, in tegenstelling tot thuis waar we (bijna) allemaal ons eigen paard helemaal zelf opzadelen. Toch kan het helpen wanneer je zelf je paard exact zo opzadelt als thuis, of in ieder geval even goed controleert of alles wel hetzelfde zit. Je zadel een fractie meer naar voren of achteren, of een neusriem die een gaatje losser zit dan normaal kan een enorm verschil maken met rijden.

Eenmaal op je paard is het belangrijk net zo te kunnen rijden als thuis. Om dit gevoel te kunnen oproepen zal je goed moeten weten hoe jouw training thuis is opgebouwd. Hoe ziet jouw warming-up eruit? In welke houding rijd je jouw paard los en hoe lang? Door spanning en de omgeving kan het zijn dat je daar van moet afwijken, maar probeer wel heel bewust altijd terug te gaan naar het fijne gevoel wat je thuis ook hebt.

Evalueren van de gereden proef

Belangrijk is ook een stukje evaluatie. Bekijk uitgebreid je protocol en je cijfers na de proef, en kijk of dit overeenkomt met je gevoel.

Belangrijker is nog om je protocollen te bewaren, en deze na een aantal wedstrijden eens naast elkaar te leggen. Een gemiddelde over vijf of tien wedstrijden zegt veel meer dan een momentopname van één wedstrijd. Kun je een aandachtspunt ontdekken op de protocollen van de verschillende proeven? Waar valt de jury over? Heb je zelf het gevoel dat je schouderbinnenwaarts erg goed gaat, maar staan er op de protocollen van je afgelopen wedstrijden alleen maar zesjes? Ga dan eens bij jezelf te rade hoe je dit kunt verbeteren. Overleg dit ook met je trainer.

 

 

 

Doelen stellen

Om teleurstellingen te voorkomen, bedenk je vooraf met welk doel je op wedstrijd gaat. Ga je om te winnen, om een winstpunt te halen of om wat nieuwe inzichten uit je training ook in je proeven te proberen? Je doel van de wedstrijd maakt een groot verschil in hoe je zal moeten rijden.

Zorg er wel voor dat het doel wat jij stelt ook alleen door jou te beïnvloeden is. Het kan heel frustrerend zijn als je zelf optimaal hebt gepresteerd, maar door externe factoren, zoals de waardering van juryleden, toch jouw gestelde doel niet hebt behaald.

Bedenk je vooraf ook wat je sterke punten zijn en wat niet. Wanneer je paard thuis bijvoorbeeld het achterwaarts gaan nog niet voor een voldoende beheerst, verwacht dan niet dat het op wedstrijd wel zal gaan, maar accepteer een laag punt voor dit onderdeel. Probeer er het beste van te maken en concentreer je daarna weer op het volgende proefonderdeel.

TIPS voor een goede voorbereiding op een proef

– Tijdens je training thuis heb je niet altijd een voorlezer voor handen. Dit is makkelijk op te lossen door de proeven van jouw klasse langzaam in te spreken op de dictafoon van je smartphone. Tijdens de training zet je het oortje op en rijd je de ingesproken proeven door. In de laatste week voor de wedstrijd kun je elke dag een andere proef doorrijden. Zo ben je niet afhankelijk van een voorlezer en kun je precies wanneer het jou uitkomt de proef doorrijden.

– Laat jezelf opnemen op video tijdens de proeven op wedstrijd. Evalueer de proeven uitgebreid met je protocol erbij, eventueel samen met je trainer. Werk in je training aan de aandachtspunten uit je proef.

– Neem ook het losrijden op video. Evalueer het losrijden. Bereid jij het paard lichamelijk goed voor op de proef? Geef jij hem op wedstrijd ook een goede warming-up en rijd je hetzelfde als thuis? Vergelijk videobeelden van thuis en op wedstrijd met elkaar.

-Visualiseer de proef in je gedachten. Leer je proef, doe je ogen dicht en bedenk je van oefening tot oefening hoe je deze wilt gaan voorbereiden, inzetten en uitrijden.

Succes op wedstrijd!

Op welke manier bereid jij een wedstrijd voor? En heb jij nog tips voor een goede wedstrijdvoorbereiding?