Marlon van Wissen: ‘Inwerking van de ruiter is meer dan alleen mooi zitten’ (Dressuurmagazine)

Marlon vertelt over de inwerking van de ruiter en hoe belangrijk de controle en het bewustzijn van je eigen lichaam daarbij is.

[Foto: Lisa Dijk]

Marlon van Wissen: ‘Jij bent de Personal trainer van je paard’ (Dressuurmagazine)

“Als je alle ‘lessen’ pakt die het paard jou leert zal je jezelf ontwikkelen.” Lees deze mooie tips van Marlon!

 

[Foto: Maayke Romijn]

Marlon van Wissen: ‘Lengtebuiging begint niet pas bij de zijgangen’ (Dressuurmagazine)

“Een veel gemaakte fout in het uitvoeren van oefeningen, is dat er te weinig buiging in het lichaam van het paard is.”
Marlon legt uit hoe je daaraan kunt werken!

[Foto: Maayke Romijn Fotografie]

Marlon van Wissen: ‘Achterwaarts is meer dan alleen die paar passen in de proef’ (Dressuurmagazine)

Achterwaarts… het klinkt misschien niet heel moeilijk, maar dat is het wel! En het is ook nog eens een heel belangrijke oefening, vindt

Marlon Van Wissen.
Ze legt uit waarom, en vertelt je hoe je het achterwaarts goed kunt oefenen!

[Foto: Arnd Bronkhorst]

Marlon van Wissen: ‘Leer halthouden en stappen’ (Dressuurmagazine)

“Veel ruiters staan alleen stil als ze aan willen singelen, en als ze stappen dan zijn ze klaar met het werk. Zo leer je een paard deze belangrijke onderdelen niet goed aan.”
Lees hier Marlon’s tips en oefeningen voor stappen en halthouden!

[Foto: Maayke Romijn Fotografie]

De kunst van vertrouwen in de ring

Als je samen met je paard op wedstrijd gaat dan ben je ‘overgeleverd’ aan een groot aantal uitdagende en vaak lastige obstakels die je tegenkomt op je pad. Deze kunnen je onzeker maken en het plezier in de wedstrijden rijden doen verliezen. In deze blog wil ik je uitleggen hoe dit komt en wat je eraan kunt doen.

Veel onzekerheden komen naar boven als je een proef moet rijden.

Dit betekent dat je jouw angst(en) tegenkomt als je moet acteren in de ring. Allemaal negatieve gedachten komen naar boven en verlammen je in je rijden tijdens de proef. Meestal komen deze onzekerheden naar boven vanuit jouw angst voor afwijzing. Dit kan allerlei oorzaken hebben. Meestal is dit al in je jeugd ontstaan en door examenstress. Een proef rijden is eigenlijk ook een soort ‘examen’. Je gaat beoordeeld worden en de kans dat je niet ‘goed genoeg’ bent is aanwezig.

Elke (wedstrijd)ruiter wil graag met zijn paard op wedstrijd en genieten van de samenwerking in de ring. Fijn paardrijden daar is het ons om begonnen. En zo willen we allemaal graag op wedstrijd maar we ‘durven’ niet. Bang voor de afwijzing van de jury en het kijken naar de andere altijd ‘knappere’ en betere combinaties die altijd hoger scoren dan jij doet. En noem maar op waar je onzeker van kunt worden. Dus vraag je jezelf weer af: ‘Vind ik dit leuk? Waarom ga ik nog op wedstrijd?’

Wat moet je hier nu mee als je tijdens je proef steeds datzelfde gevoel en onzekerheid tegenkomt? En hierdoor je proef wéér verprutst! Moet je dan stoppen met wedstrijden rijden? NEEEEE!

Als je een angst tegenkomt betekent dit dat je een blokkade tegenkomt. Als je dit tegenkomt dan betekent dit dat je op de goede weg bent. Want als je hiermee aan de slag gaat en de onzekrheid aanpakt dan ga je vooruitgang boeken. Je komt uit je comfortzone en in de ‘rekzone’ terecht waar jouw groei ligt.

Comfortzone versus groei

Veel mensen leven in hun comfortzone waardoor ze vaak te weinig tot niet groeien. Ook zoeken zij de oorzaak van hun onzekerheden buiten zichzelf. Ruiters die niet uit hun comfortzone durven te komen denken dingen zoals: ‘Het paard wilde niet, de jury heeft me niet goed beoordeeld, de bodem was niet goed, de jury heeft iets tegen mij, etc Alles ligt aan de buitenwereld maar niet aan jezelf. Is dat realistisch? Nee! Natuurlijk moet je zelfreflectie hebben om te ‘groeien’.

Want het leven is ervoor gemaakt om JEZELF te ontwikkelen en te groeien. Hiervoor moet je naar jezelf kijken en je aandachtspunten aanpakken!

Het is een proces

Een ruiter wil groeien moet hij dus zelfreflectie hebben en uit zijn comfortzone komen. Zijn onzekerheden (angsten) aanpakken. Zijn paard helpt hem daarbij en is een vriendelijke spiegel voor hem. Als je daarin durft te kijken ga je groeien samen met je paard! Dat is een mooi proces. Je moet niet meteen resultaat verwachten want het is een proces waar je doorheen moet. Oude overtuigingen moeten plaatsmaken voor nieuwe frisse vooruitstrevende gedachten en gevoelens. Dat gaat niet van de een op de andere dag. Er wordt helaas geen knop omgedraaid en dan is alles goed.

Verwacht dus niet de eerstvolgende wedstrijd meteen resultaat, maar geef jezelf de tijd om hierin te groeien. Soms gaat het vrij snel soms iets langzamer. Dat hoort bij het leerproces!

Maak je DOEL en VERLANGEN groter dan je angst!

En blijf vooral op wedstrijd gaan ook al vind je het eng. Als je de negatieve gedachten kunt aanpakken en je doel en je verlangen groter maakt dan je angst, dan kom je hier doorheen en zul je een mooie groei doormaken. En weer kunnen genieten van het rijden op wedstrijden en de samenwerking met je paard! Want daar is het ons allemaal om begonnen en daarom rijden we paard.

Je bent niet alleen!

Om hier doorheen te komen zoek je fijne mensen om je heen die je kunnen helpen om over je onzekerheden heen te komen. Een trainer die je vertouwen geeft en mensen om je heen die je ondersteunen. Zo krijg je steeds meer vertrouwen en overwin je de angst. Zo ga je weer genieten van het wedstrijden rijden samen met je paard. Je scores zullen beter worden, maar als het een keer minder gaat, zul je ook niet zo ver terugvallen en jezelf weer in de greep laten nemen door negatieve gedachten. Dit is waarvoor je het doet!

Wat kan ik voor je doen?

Het is belangrijk dat je een trainer hebt die je (zelf)vertrouwen geeft en je kan voorbereiden op de proeven. Proeven rijden moet (weer) leuk zijn! Dat is waar ik je bij kan helpen. pizaSamen met mij ga je trainen om je onzekerheden te overwinnen en weer vertrouwen te krijgen in je eigen rijden en in je paard. In de proefgerichte trainingen bereid ik je voor op de wedstrijden en meer vertrouwen in de wedstrijdring.

HET NUT VAN PROEFGERICHTE CLINICS

In je training thuis is het vaak lastig om je goed voor te bereiden op de wedstrijden. Thuis kennen jij en je paard immers de omgeving goed. Er gebeuren niet zo vaak onverwachte dingen. Je hebt jouw eigen omgeving redelijk ‘onder controle’. Als je paard thuis ergens van schrikt, dan zou je datgene waar hij van schrikt even uit het zicht kunnen halen.

Maar……in een vreemde omgeving gaat dat niet. Er is geen ‘controle’ over de omgeving. Dit is wat veel ruiters beangstigt.
In een vreemde omgeving, zoals op wedstrijden, zullen paard en ruiter altijd anders reageren, dan in hun vertrouwde omgeving.

Tegenwoordig worden er zeer getalenteerde, maar ook (zeer) sensibele paarden gefokt. Dit zijn de paarden die wij graag mee op wedstrijden nemen. Ze hebben veel kwaliteit en kunnen met gemak alle oefeningen lopen……thuis!
Maar op wedstrijd is het vaak een heel ander verhaal met deze sensibele paarden. Ze moeten wennen aan alle indrukken en prikkels die zij op vreemd terrein tegenkomen. Het juryhok, de bloemen langs de ring, de witte hekjes, de andere paarden, toeschouwers, mee in de trailer enz.
De spanning wordt de sensibele paarden dan vaak teveel. En dan hebben we het nog niet eens over de ruiter die naast zijn eigen wedstrijdspanning ook nog zijn paard in het gareel moet zien te houden.

Je hebt 3 manieren waarop een paard, maar ook een mens reageert op spanning. Vechten, vluchten of bevriezen.
Dit is bij een paard niet anders. Hij wil vluchten van de situatie door te gaan schrikken en/of rennen.
Gelukkig vechten onze paarden niet zo snel, maar je kunt wel het in verzet komen tegen de hulpen van de ruiter in een gespannen situatie onder de noemer vechten kwijt.

Het paard kan ook bevriezen. Hij sluit zich dan af voor de hulpen van de ruiter. De ruiter komt op dat moment niet meer door en het paard reageert niet of nauwelijks nog op de inwerking van de ruiter. Dit komt ook voort uit het feit dat het paard teveel indrukken te verwerken krijgt op de wedstrijd. Veel van onze moderne dressuurpaarden hebben hier last van.

Het is erg prettig, voordat je officieel op wedstrijd gaat, of verder doorstroomt naar een hogere klasse, dat je met je paard kunt oefenen. Hiervoor zijn de Proefgerichte Clinics in het leven geroepen! Jou met je paard begeleiden en voorbereiden op de wedstrijd!

Op de Proefgerichte Clinic kun je onder begeleiding van een ervaren (subtop) jurylid samen met je paard de wedstrijd oefenen. Het is dan niet erg om een keer een volte tussendoor te rijden als jij je paard op dat moment even kwijt bent. Je kunt ook een oefening even opnieuw inzetten, omdat jij en je paard elkaar bij de eerste keer even niet goed begrepen. Zo werk je aan een verfijnde afstemming met je paard in de proef.

Het meedoen aan een Proefgerichte Clinic heeft ook een grote mentale waarde. Een ruiter leert zijn paard beter kennen en krijgt direct aanwijzigen van de jury. De ruiters hebben contact met de jury waardoor de afstand tussen ruiters en juryleden kleiner wordt.
De drempel om uiteindelijk (weer) op wedstrijd te gaan wordt door het deelnemen aan een proefgerichte clinic veel kleiner.

Kortom de jury is er voor jou en je paard op dat moment. Je hebt direct contact en je kunt als ruiter alle vragen stellen die je graag wilt weten. Wat wil een jury zien in een proef? Waar moet ik op letten in mijn proef? Hoe moet mijn paard lopen in de proef? Hoe hoog moet ik zijn hals houden in de proef?
Allemaal interessante dingen om achter te komen door het rijden van een proefgerichte clinic.

Op deze website vind je alle informatie, data, inschrijving & gegevens die je nodig hebt om deel te kunnen nemen aan de Proefgerichte Clinics.

Kijk rustig rond op de site en zoek de Proefgerichte Clinic bij jou in de buurt. Vele ruiters gingen je al voor en hebben zichzelf en hun paard voorbereid op de wedstrijden door deel te nemen aan de Proefgerichte Clinics.

Ik hoop je te ontmoeten op een van de Proefgerichte Clinics!

Marlon van Wissen

Subtop jury Lichte Tour (momenteel in opleiding voor GP-jurylid)
Trainer/coach wedstrijdruiters
Cursusleider KNHS-instructeuropleidingen
Oprichter Proefgerichte Clinics
www.marlonvanwissen.com

De KNHS is en van de grootste sportbonden van Nederland. Elk weekend worden er door het hele land een groot aantal wedstrijden georganiseerd. Vele dressuurcombinaties betreden elk weekend de wedstrijdring.
Het rijden van wedstrijden vergt een gedegen voorbereiding. Niet alleen bij het aanschaffen van je wedstrijdtenue, wedstrijdplanning, inschrijven voor de wedstrijden, maar ook in je training. Kom naar een Proefgerichte Clinic om te oefenen!

LES JIJ OOK BIJ MEERDERE INSTRUCTEURS? 5 TIPS VOOR RUITERS EN INSTRUCTEURS OM HIERMEE OM TE GAAN

Sommige ruiters hebben één trainer, terwijl er ook ruiters zijn met wel twee of zelfs meerdere instructeurs. Er is ook nog een groep ruiters die er stilzwijgend tussenin hangt. Soms durven zij niet goed te zeggen dat ze ook bij een andere instructeur lessen. Ze lessen dan (stiekem) bij een nieuwe instructeur, terwijl hun huidige instructeur dat niet mag weten.

Zoiets leidt tot situaties waarin er geen openheid van zaken is en dat is helemaal niet nodig. Maar ook met ruiters die wel open zijn over dat ze bij meerdere instructeurs lessen, maak je soms aparte situaties mee. Les je dus bij meerdere instructeurs, of overweeg je dat te doen, lees dan de volgende 5 tips om hiermee om te gaan.

#1 Precies weten wat je zoekt in een instructeur

Niemand is perfect en elke instructeur heeft zijn eigen visie en specialiteiten. Sommige instructeurs hebben een grote focus op de basisafrichting, terwijl andere instructeurs weer een goede begeleiding kunnen geven richting een wedstrijd. Maar denk ook aan instructeurs die heel goed kunnen coachen en heel goed kunnen uitleggen waarom iets gebeurt, of instructeurs die een hele grote focus hebben op de inwerking van de ruiter en de houding en zit.

Hoe dan ook, het is heel legitiem om bij meerdere instructeurs te (willen) lessen om zodoende te kunnen leren van de verschillende invalshoeken. Vooral als je al wat verder bent in de africhting van je paard en op een hoger niveau traint. Wel is het belangrijk dat je voor jezelf bepaalt wat je zoekt in een ’tweede’ instructeur en hoe deze kan aansluiten op jouw huidige instructeur en trainingsmethode.

Het is belangrijk dat jouw instructeurs een soortgelijke visie hebben, omdat het niet goed gaat werken als je bij de ene instructeur volgens een hele andere systematiek moet werken. Dat is voor jou als ruiter heel verwarrend, voor je paard, maar ook voor je instructeurs kan het frustrerend zijn als ze merken dat jij niet hun aanwijzingen hebt opgevolgd op de dagen dat je thuis hebt getraind.

Als jij goed weet waar je mee bezig bent, kun je voor jezelf bedenken hoe de verschillende manieren van lesgeven en invalshoeken aansluiten op jouw training. Als je dat nog niet helder voor ogen hebt, kan het lessen bij meerdere trainers juist erg verwarrend zijn. Bedenk dus ook of je er aan toe bent om bij meerdere instructeurs te lessen.

#2 “Coming out” gesprek

Het zal je vast niet verbazen dat het belangrijk is om open en eerlijk te (kunnen) zijn over bij wie je allemaal lest. Waarschijnlijk vind je dat ook, maar veel ruiters vinden het moeilijk om daar open over te zijn. Dat kan zijn omdat ze bang zijn voor de reactie van de instructeur of dat ze de instructeur beledigen.

Als gevolg hiervan zeggen veel ruiters het dan maar niet als ze ook bij iemand anders lessen en dat kan tot vreemde situaties leiden. Meestal heeft een instructeur het wel door als een leerling ook bij iemand anders lest en door het niet te zeggen, stel je jouw instructeur misschien teleur. Dat is het laatste wat je wilt, want je hebt altijd fijn bij hem of haar getraind.

Wees dus open en eerlijk naar je instructeur toe. Geef het bij jouw instructeur aan als je (ook) wilt gaan trainen bij een andere instructeur en bespreek waarom je dit wilt en hoe dat volgens jou zal aansluiten op de huidige training.

#3 Leren van verschillende oplossingen

Ook al les je bij instructeurs met een soortgelijke systematiek, dan kan het toch heel goed voorkomen dat ze problemen op een hele verschillende manier willen aanpakken. En wat doe je dan?

Probeer goed te begrijpen waarom je instructeurs voor een bepaalde benadering kiezen. Vraag waarom je iets moet doen en bespreek ook alternatieve benaderingen. Je hoeft er niet geheimzinnig over te doen als je het op een andere manier moet aanpakken bij je andere instructeur. Bedenk ook dat het niet zo hoeft te zijn dat de ene benadering ‘goed’ is en de andere benadering per definitie ‘fout.’

Als verschillende oplossingen jou in verwarring brengen, spreek dit dan ook gewoon uit. Het is helemaal niet erg als je niet goed weet hoe je de verschillende benaderingen in jouw training moet inpassen. Door daar open over te zijn, kan jouw instructeur jou beter uitleggen wat zijn bedoeling is en kunnen jullie samen een oplossing bedenken.

Wat je niet moet doen is beide benaderingen in je training ‘half’ doorvoeren en daarmee beide instructeurs tevreden willen stellen. Door te achterhalen wat de visie van de instructeur is, kun je kijken hoe dat past bij jouw eigen visie en daar een keuze in maken.

#4 Ere wie ere toekomt!

Als je bij meerdere instructeurs lest en je behaalt goede resultaten, aan wie is dat resultaat dan te danken? In principe heeft elke instructeur daar een aandeel in, maar de een wat meer dan de ander. (Als er een instructeur is die hier volgens jou geen enkel aandeel in heeft, dan wordt het tijd om een andere instructeur te zoeken…)

Veel ruiters zetten graag een bericht over het door hun behaalde wedstrijdresultaat op hun website of social media. Dat is natuurlijk erg leuk om te doen en veel mensen kunnen daarmee delen in jouw blijdschap. Als je besluit om in dit berichtje ook je instructeur te noemen wees dan zorgvuldig hoe je dit aanpakt. Als je openheid hebt met je instructeurs dan kun je ze noemen in het bericht. Dat is natuurlijk wel erg mooi! Dan krijgen de instructeurs de ere wie ere toekomt! Maar één instructeur noemen terwijl er meerdere instructeurs bij betrokken zijn, dat is niet erg eerlijk.

Dus ere wie ere toekomt: noem ze allemaal of noem er geen.

#5 Frisse blik op je training – clinics

Ben je volledig tevreden met je instructie, maar heb je behoefte om af en toe een frisse blik op je training te krijgen? Een mooie manier om af en toe een frisse blik op je training te krijgen is het volgen van een clinic of een proefgerichte training. Veel goede en ervaren instructeurs en ook juryleden verlenen vaak hun medewerking hieraan. Zij geven dan gelegenheidslessen bij verschillende verenigingen of accommodaties. Dit is een uitgelezen kans voor jou om je licht eens bij een andere instructeur op te steken. Dit is vaak verhelderend en een erg leuke afwisseling in je training. Maak hier gebruik van en bezoek regelmatig een leuke clinic, of rij zelf mee hierin.

Tips voor instructeurs

Niet elke instructeur gaat er even gemakkelijk mee om als een leerling besluit om ook bij iemand anders te gaan lessen. Ten eerste zou een instructeur het niet als een belediging moeten opvallen. Je moet als instructeur inzien dat de kans groot is dat jouw leerling ook van andere instructeurs kan leren en dat daarmee de training (sneller) kan worden verbeterd.

Ten tweede zou je het juist ook als leerzaam voor jezelf kunnen beschouwen door er achter te komen hoe een andere instructeur de situatie aanpakt en welke oplossingen hij aandraagt.

Ten derde moet je jezelf afvragen waarom je leerling (ook) naar een andere instructeur wil gaan. Als instructeur moet namelijk je niet op je eigen ‘eiland’ blijven zitten. Veel instructeurs blijven teruggetrokken in hun eigen wereldje en blijven zich hierdoor te weinig ontwikkelen. Hun eilandje verdedigen zij en alles op hun ‘eilandje’ is goed, maar de ontwikkeling in de buitenwereld gaat door. Hierin moet je meegaan als je jouw leerlingen kwaliteitsvolle training wilt kunnen blijven aanbieden en de concurrentie van andere instructeurs het hoofd wilt kunnen bieden. Maar… daarvoor moet je dus van je eiland (lees: comfortzone) afkomen en jezelf gaan ontwikkelen!

Tenslotte, geef je leerling de ruimte om ook lessen te volgen bij een andere instructeur. Uiteindelijk blijven ze wel bij je lessen, als jij degene bent die het beste bij ze past. Als de nieuwe instructeur beter bij de leerling past, dan zullen ze daar uiteindelijk wel blijven. Jullie combinatie was dan toch niet de beste voor de leerling. Als instructeur moet je dit accepteren hoe lastig dit soms ook is, maar gun je leerling de beste kansen.

Als je een erg betrokken instructeur bent, dan is het soms lastig om ‘afscheid’ te moeten nemen van een leerling waar je een goede band mee hebt of waar je prettig mee werkt. Helaas brengt het werk van een instructeur dit ook met zich mee. Er komen dan vast weer nieuwe leerlingen voor in de plaats waar je met veel plezier mee kunt gaan trainen.

Beslis voor jezelf

Paardrijden doe je voor jezelf. Wil jij jezelf graag verbeteren en progressie maken in de training, dan is instructie essentieel. Of jij behoefte hebt aan één of meerdere instructeurs is iets wat je helemaal zelf moet bepalen. Door open en eerlijk te zijn over jouw beweegredenen om bij meerdere instructeurs te lessen kun je onduidelijkheden voorkomen.

Kan jouw instructeur daar niet goed mee omgaan? Dan moet je goed bedenken of die instructeur voor de langere termijn wel goed bij je past. Paardrijden doe je voor jezelf en niet om je instructeur tevreden te houden. Zorg er wel voor dat je voldoende je waardering uitspreekt naar je instructeurs en behandel ze met respect. Niet open zijn over bij wie je allemaal nog meer lest past daar niet bij.

Succes!

 

Les jij bij meerdere instructeurs en hoe ga jij daar mee om? Wat zijn volgens jou de voor- en nadelen?

Ben je zelf instructeur? Hoe ga jij er mee om als jouw leerling ook bij een andere instructeur gaat lessen?

WAT KAN EEN JURYLID NU WÉL EN NIET WAARDEREN IN EEN PROEF?

Met dank aan Ilja van der Leek, Lilian Kreuger, Marion van Exter, Silvana Wiedeman, Marijke van Beek, Laura Ginsel, Tanja Liesker, Monique Hijdra, Fabienne Berns, Yvon Bos, Ingeborg Dieperink, Brenda Steltenpool-de Vries, Jessica Klasens, Patricia Ruhé en Christa van Duin.

Op wedstrijd willen we graag zo hoog mogelijk eindigen en we doen er als ruiter alles aan om de jury maar geen verkeerde indruk te geven. We hebben een paar weken geleden in de blog van Conny nog kunnen lezen dat juryleden ook maar mensen zijn en wel degelijk te beïnvloeden zijn. En dus glimlachen we vriendelijk naar de jury, snauwen we niet onze voorlezer als deze verkeerd voorleest en geven we voor het oog van de jury een lichte beenhulp ook al zou een flinke por meer op zijn plaats zijn omdat hij niet genoeg impuls heeft.

Maar wat denken en vinden juryleden er nu werkelijk van? Wat zien juryleden liever niet en wat kunnen ze nu juist wél waarderen in een proef?

Ik heb een aantal juryleden gevraagd hoe zij het jureren in de praktijk ervaren en met mijn eigen ervaring als jurylid heb ik daar een aantal aandachtspunten uitgehaald waar ruiters op zouden moeten letten.

#1 Een paard met spectaculaire bewegingen

Sommige ruiters menen, dat zij alleen vooraan kunnen rijden met een getalenteerd paard of met een paard met spectaculaire bewegingen. Voor een deel is dit waar. Met een getalenteerd paard met goede gangen heb je nu eenmaal een voorsprong op een minder goed gebouwd paard met mindere gangen. Met het spectaculair bewegend paard zal je sneller hoge punten krijgen.

Maar er zijn ook ruiters die te veel nadruk leggen op het “spectaculair” in de rondte gaan van het paard. Dat gaat vaak ten koste van het ruggebruik en de souplesse. Het is zeker niet meer zo dat juryleden zitten te wachten op een zweefdraf of een paard met veel voorbeen maar achterbenen die niet meekomen. Zij zien veel liever een fijn afgericht paard die los door zijn lijf beweegt.

Focus je dus op een goede basisafrichting en dat je de oefeningen correct uitvoert en minder op het neerzetten van een spectaculair beeld, wat vaak gepaard gaat met spanning en te weinig ruggebruik. Ook met een eenvoudiger paard, wat goed afgericht is, kun je hoog scoren. Het gaat er tenslotte om dat je paard uitstraalt dat hij een happy athlete is.

#2 Fouten maken in de proef

Fouten maken is niet erg. We doen allemaal ons best en fouten maken overkomt de beste ruiters. Natuurlijk zorgt een fout in de proef wel voor een lager cijfer, maar hoe ga je na de fout verder? Het is namelijk zo dat een jury niet alleen kijkt naar wat er is misgegaan, maar ook naar hoe het opgelost wordt. Als een fout vlot en sympathiek wordt hersteld, wordt een ruiter dit minder streng aangerekend dan een niet herstelde fout. Bovendien kan een goed herstelde fout als een positief punt worden meegenomen bij het geven voor een cijfer voor de rijvaardigheid onderaan het protocol.

Een jury zal het dus waarderen als je de gemaakte fout direct op een nette manier herstelt. Als je paard bijvoorbeeld in de verkeerde galop aanspringt, ga dan zo snel mogelijk terug naar de draf en spring weer opnieuw aan. En springt je paard tijdens de uitgestrekte draf in galop? Meteen terug naar draf en alsnog een stukje uitstrekken laten zien. Een jury waardeert het uiteraard niet als de ruiter de fout hardhandig herstelt of zijn frustratie op je paard afreageert.

Een jury vind het niet erg als er een fout gemaakt wordt, als deze maar snel, effectief en op een nette manier opgelost wordt. En daarna laat je die oefening achter je en focus je jezelf weer op de volgende oefening. Laat je dus niet door een fout in de proef van de wijs brengen. Blijf gefocust!

#3 Hoe laat moet je starten op wedstrijd?

De starttijd is voor veel ruiters soms nog wel een punt waar verwarring over kan ontstaan. Sommige ruiters hebben het idee dat als het programma inloopt, juryleden het fijn vinden als de ruiter alvast start of dat ze zelfs boos worden als de ruiter zijn eigen tijd wil aanhouden.

Dit is over het algemeen niet waar. Elke ruiter kan gewoon zijn eigen tijd aanhouden, omdat je daar je hele voorbereiding op in hebt gesteld, tenzij de jury anders bepaalt. Ben je al wel klaar om te starten? Dan kun je gewoon aan de jury vragen wat hij of zij liever heeft. En staat er geen starttijd vermeld? Dan zal je gewoon moeten starten als de voorgaande ruiter klaar is, of wanneer de ringmeester je oproept.

#4 corrigeren van de houding van het paard tijdens de proef

Een ander belangrijk punt is het corrigeren van de houding van je paard tijdens de proef. Iedereen wil graag het beeld laten zien dat er een harmonieuze wisselwerking is tussen paard en ruiter en dat het paard goed aan de hulpen staat. Maar natuurlijk kan het voorkomen dat je paard in een proef niet voldoende aan de hulpen blijkt te staan. Bijvoorbeeld wanneer er spanning optreedt, waardoor de hulpen minder goed doorkomen, of als je paard tijdens de proef juist te weinig impuls heeft.

Soms kan het dan zo zijn dat je jouw paard dan moet corrigeren, zodat hij weer scherper aan de hulpen komt te staan. Dit kan bijvoorbeeld een iets duidelijke beenhulp, tip met het zweepje of een duidelijke ophouding zijn. Veel ruiters denken dat een jurylid dat niet wil zien en dat een jurylid daarmee het idee krijgt dat je paard dus kennelijk niet aan de hulpen staat. Maar denk je niet dat een jurylid het niet ziet als jouw hulpen niet meer voldoende doorkomen? Een jurylid ziet liever dat je dan een keer reageert op het probleem en daarna de oefeningen beter uitvoert, dan wanneer je het probleem negeert en doet alsof er niets aan de hand is en je paard de hele proef met bijvoorbeeld te weinig impuls door laat lopen.

Pak het paard een keer aan met duidelijkere hulpen, als het paard daardoor de proef verder fijner doorloopt dan kan de jury dit echt wel waarderen. Belangrijk is dan natuurlijk weer dat je dit op een nette manier doet zonder frustratie.

Dit is dus niet de bedoeling…

#5 Serieuze wedstrijdvoorbereiding

Juryleden zitten in hun vrije tijd voor hun plezier in de jurywagen. Zij delen graag hoge punten uit en doen hun best om een zo goed mogelijke beoordeling te geven. Dan is het heel ergerlijk als een ruiter het rijden van een wedstrijd niet serieus neemt.

Dit begint al in de voorbereiding. Zorg dat je op tijd bij de ring bent, dat je een voorlezer hebt geregeld, dat je harnachement in orde is en dat je voldoende tijd hebt genomen om je paard voor te bereiden op de proef. Denk aan al die belangrijke aspecten en zorg ervoor dat wedstrijden rijden niet iets is wat je even tussendoor doet. Een ruiter moet het rijden van wedstrijden serieus nemen uit respect naar hun paard, de jury en de organisatie toe. Zorg voor een goede voorbereiding!

#6 Proef nabespreken?

Napraten over de proef ‘durft’ vaak alleen de ruiter die hoge punten heeft gehaald, terwijl juryleden het erg op prijs stellen om met de ruiters na te praten over hun proeven en de beoordelingen. En nee… je krijgt dan de volgende keer niet minder punten, zoals veel ruiters denken.

Juryleden vinden het dus juist prettig, als je na de rubriek op een vriendelijke manier bij ze langskomt voor live commentaar, zodat je uiteindelijk met een goed gevoel huiswaarts keert en weer genoeg stof hebt om voor jezelf en voor je paard, om op door te trainen.

Je hebt ook ruiters die na de proef bij een jurylid komen ‘klagen’ over te lage punten en dat zijn vaak de ruiters die je niet ziet als ze (te) veel punten hebben gekregen. Als je jouw punten bespreekt, doe dit dan op een respectvolle manier. Durf als ruiter je eigen fouten onder ogen te zien en leer van het commentaar van de jury. Een jury moet er op toezien dat er happy athletes in de baan blijven komen, dus dan moet een ruiter ook tegen opbouwende kritiek kunnen als je er nog niet aan voldoet.

Plezier beleven!

We moeten niet vergeten waarom we op wedstrijd gaan en dat is voor de meesten van ons toch omdat we er plezier aan beleven. Voor een jurylid geldt dat ook, ook al staan een aantal juryleden bekend als streng.

Zij vinden het prettig als er goed gereden wordt en geven liever hoge punten dan lage. Zij zitten niet in het juryhokje om ruiters af te kraken of naar beneden te halen. Net als alle ruiters houden ook zij van de paardensport. Denk er ook eens aan dat als een rubriek laag beoordeeld is, of dit aan de ‘strenge’ jury ligt of is er over het algemeen niet goed gereden. Ga er dus niet altijd vanuit dat een jury (te) streng is geweest.

Leer als ruiter hier op een positieve manier mee om te gaan en neem dit mee om jezelf verder te ontwikkelen als ruiter. Hier schiet je meer mee op dan de lagere beoordeling te veroordelen!

Hoe ga jij om met het commentaar op je protocol?

PAST JOUW PAARD BIJ JOUW AMBITIES?

Om goed te kunnen presteren in de paardensport heb je ambitie nodig. Ambitie zorgt er voor dat je net die extra stap zet, buiten je comfort zone durft te gaan en doorzet als het even tegenzit. Maar vraag jij jezelf wel vaak genoeg af wat jouw ambities zijn en wat je echt graag wilt bereiken? En niet geheel onbelangrijk, past jouw paard bij jouw ambities?

Ben je een ambitieuze ruiter, dan heb je al snel de neiging om met grote stappen op je doel af te willen gaan. Dat hoeft geen probleem te zijn, maar je hebt ook te maken een dier die in jouw (grote) ambitieuze passen mee moet kunnen lopen.

Net als jijzelf, maakt je paard zijn eigen fysieke en psychische ontwikkeling door. Helaas komt het nog te vaak voor dat het paard in zijn lichaam of mentaal niet mee kan komen met zijn ruiter. Als ruiter moet je dit tijdig onderkennen, zodat jij je paard niet onnodig onder druk zet om een bepaald doel te bereiken.

Ben jij je niet bewust van het passen van jouw ambities bij je paard, dan kan dit leiden tot ongewenst gedrag en mogelijk blessures bij hem. Vooral bij nog jonge paarden willen blessures nogal eens de kop op steken, als ze (nog) niet kunnen voldoen aan de eisen die jij als ambitieuze ruiter stelt.

Dit in combinatie met alle competities die er speciaal voor jonge paarden zijn, lijkt de druk om met jonge paarden te presteren steeds groter te worden. Echter, die wedstrijden hoeven geen probleem te zijn mits je paard voldoende gelegenheid krijgt om weer even bij te tanken van een zware belasting en een druk programma.

We kunnen het ook omdraaien

Maar de omgekeerde situatie, wanneer jouw paard meer in zijn mars heeft dan jouw ambities, kan misschien nog wel een groter probleem veroorzaken. Er worden tegenwoordig steeds betere paarden gefokt, maar deze paarden vergen ook meer van jou als ruiter. Als ruiter moet je je verdiepen in hoe deze paarden getraind en begeleid moeten worden zodat hun talenten en vaak sensibele karakter voor hen werkt, en niet tegen hen.

Echter, zeer talentvolle en kwaliteitsvolle paarden worden nogal eens ‘verreden’ en komen niet uit de verf of zijn vroegtijdig afgeschreven. Helaas wordt hun talent het slachtoffer van onervaren ruiters doordat zij onvoldoende begeleid worden, onvoldoende talent bezitten of het ergste van alles: te weinig ambitie hebben om een paard netjes op te leiden.

In zo’n geval moet je eerlijk naar jezelf toe zijn en jezelf afvragen of jouw paard met als zijn talenten misschien niet te hoog gegrepen voor je is.

Toon respect

Houd altijd rekening met de talenten en beperkingen die jouw paard heeft en toon respect voor hetgeen hij voor jou kan doen en betekenen. Niet alle paarden zijn geschikt om mee te komen in jouw jacht om je ambities waar te maken. Blijf alert of jouw paard in het plaatje past dat jij voor ogen hebt voor jezelf. Grijp tijdig in als de combinatie met je paard niet meer passend is. Misschien past een paard dat ouder en meer ervaren is beter hierbij.

Omgekeerd geldt hetzelfde. Wees eerlijk over jouw eigen ambities en hoe dat zich vertaalt naar jouw mogelijkheden als ruiter. Sommige paarden hebben een ruiter nodig die meer van zichzelf verlangd om tot hun recht te kunnen komen.

Een paard kan niet redeneren, een mens wel, wij moeten daarom ook zo eerlijk en bewust zijn dat wij ervoor zorgen dat ons paard past bij de doelen die wij voor ogen hebben. Zo kunnen we samen met onze paarden het meeste plezier bereiken en gaan onze paarden zo lang mogelijk met ons mee op weg naar ons doel.

Wees een goede partner voor je paard! Hij wil graag voor je werken, als wij hem met respect voor zijn lichaam en mogelijkheden meenemen op ons pad. Hij is ons dankbaar voor de goede verzorging die hij van ons krijgt. Hij is gefokt om met zijn atletische lichaam samen met ons sportieve prestaties neer te zetten! Maar bedenk wel iedere keer weer bij jezelf: past mijn paard bij de dingen die ik van hem vraag? Past mijn paard bij mijn ambities?

Hoe zit dat bij jou? Past jouw paard bij jouw ambities?